Home | Geschiedenis | Digitale dossiers | Digitale dossiers
Werkgebied
Canon van OverijsselCanonkijker in beeld Tradities in Overijssel
Stichting IJsselacademie
Bezoek- en postadres:
Eikenstraat 20
8021 WX Zwolle
t 038 331 52 35
e info@ijsselacademie.nl

FacebookYoutubeTwitter

Joodse werkkampen in Staphorst
WAT | WIE | FRAGMENTEN | BEELD gerealiseerd

WAT

Dit boek is gepresenteerd op 3 oktober 2012.

Dwangarbeid in Staphorst. Joodse werkkampen in Staphorst en Rouveen van auteur G.J. Westhoff beschrijft één van de meest dramatische episodes uit onze geschiedenis. In januari 1942 worden honderden joodse mannen gedeporteerd naar werklozenkampen in het oosten van Nederland. Eerst vanuit Amsterdam, maar enkele maanden later komen ook Joden uit onder meer Den Haag, Voorburg, Groningen, Assen, Steenwijk en Zwartsluis voor de werkkampen in Staphorst en Rouveen in aanmerking. In totaal worden er in die beide plaatsen 344 mannen ondergebracht. Ze worden ingeschakeld bij het zware ontginningswerk.

Conrad, Beugelen en Het Wijde Gat – dat zijn de namen van de voormalige werkkampen in Staphorst en Rouveen. Ze werden opgericht in het kader van de werkverschaffing in de jaren ’30. Maar dat die kampen in 1942 zijn gebruikt bij de deportatie van de Joden, was in Staphorst bijkans vergeten. Een groot aantal interviews met oudere Staphorsters bracht daar verandering in. Aan de basis van Westhoffs onderzoek liggen overigens niet alleen interviews, maar ook ooggetuigenverslagen, originele handgeschreven brieven uit de Staphorster kampen, oproepformulieren en foto’s van joodse mannen in het Staphorster veld. Bijzonder waardevol zijn de verslagen van drie mannen die na de werkkampen in Staphorst de concentratiekampen hebben overleefd. Het vele materiaal is gegroepeerd rond thema’s als vrijheid, voedsel, bewaking, post, bezoekverbod, kampleiding, medische zorg en vermaak.

Westhoff plaatst de Staphorster kampen in hun context door te vergelijken. Ten eerste met de andere joodse werkkampen in Nederland. Daarnaast met soortgelijke kampen ter hoogte van Groningen en Drenthe, net over de Duitse grens. Voorts wordt er gekeken naar de beruchte SS-kampen in Nederland. Om het beeld zo compleet mogelijk te maken, wordt ook veelvuldig bronnenmateriaal uit de andere kampen gebruikt. Verspreid over Friesland, Groningen, Drenthe, Overijssel en Gelderland betreft dat ongeveer dertig werkkampen. Uitvoerige vergelijking met de diverse soorten kampen leert dat de situatie in Staphorst een goed beeld geeft van het leven in de werkkampen in Nederland. Door deze brede inkadering krijgt het onderzoek een exemplarisch karakter.

Onwillekeurig rijst de vraag waarom de bezetter eigenlijk koos voor dit soort werkkampen in Nederland. Lag deportatie naar het buitenland, vrij van nieuwsgierige Nederlandse blikken, niet veel meer voor de hand? Westhoff beschrijft nauwgezet hoe, wanneer en waarom de Nederlands werkkampen in beeld komen. Voor het eerst is ook de besluitvorming voorafgaand aan de oprichting van de werkkampen, alsmede van de daarna doorgevoerde aanscherpingen, systematisch onderzocht. Het Staphorster verhaal is zodoende ingebed in het geheel van de jodenvervolging.

Het dieptepunt is de wegvoering in de vroege morgen van 3 oktober 1942. Alle werkkampen in Oost-Nederland worden op die dag leeggehaald. Menig ooggetuige in Staphorst rept over koffers langs de weg, door de joodse mannen van zich afgeworpen. De deportatie gaat via Meppel en Westerbork richting concentratie- en vernietigingskampen in Polen. Vijf dagen na de wegvoering uit Staphorst worden de eerste mannen in Auschwitz vergast. Anderen maken een onbeschrijfelijke tijd door en komen om in diverse concentratiekampen. Van meerdere van hen is de korte levenslijn in Duitsland en Polen onderzocht en beschreven. Slechts vier van de 344 mannen overleven de verschrikkingen. De namen van 191 van de 344 mannen zijn achterhaald. Van velen is de plaats van sterven niet bekend. Joodse werkkampen in Staphorst geeft in verhalen en foto’s de slachtoffers hun naam en gezicht terug. Het boek ontrukt de omgekomenen aan de vergetelheid en is als zodanig voor hen een monument.   

 

naar boven

 


  WIE

In gesprek met de auteur: Gert Jan Westhoff (1974)  

Portretfoto_auteur_G.J._WesthoffGert-Jan Westhoff (1974): “Van beroep ben ik onderwijzer aan een basisschool in Staphorst. Geschiedenis heeft altijd mijn grote interesse gehad, reden waarom ik na de PABO in dat vak een tweede-, en eerstegraads onderwijsbevoegdheid voor leraar aan het VO heb gehaald. In de afgelopen jaren heb ik een paar kleinere historische studies over Staphorster onderwerpen gepubliceerd, onder meer over het Zwartewaterklooster en de Bisschopsschans.    

Dat ik op de joodse werkkampen in Staphorst ben gekomen, is eigenlijk wel een bijzonder verhaal. Ooit las ik een recensie in het Reformatorisch Dagblad waarin werd gerept over “het joodse werkkamp in Rouveen”. Mij zei dat zo niets, en mijn nieuwsgierigheid was gewekt. Op zich was er over joodse werkkampen in het algemeen wel het een en ander bekend. In het standaardwerk van dr. Lou de Jong over de Tweede Wereldoorlog wordt er aandacht aan besteed. Maar over de werkkampen in Staphorst was nog niets gepubliceerd. Nu is het zo, dat ik met mijn leerlingen ieder jaar een zogeheten projectweek doe. Ik probeer als onderwerp altijd een thema uit de plaatselijke geschiedenis te nemen dat nog niet zo bekend is. Zo kwam ik dit keer op het idee de kinderen een vragenlijst mee te geven over die werkkampen, aan de hand waarvan ze, thuis of in het dorp, interviews konden houden met bijvoorbeeld grootouders of oudere buren. Tot mijn niet geringe verbazing kwamen ze met een schat aan verhalen terug: er waren nog heel veel oudere mensen met herinneringen aan de aanwezigheid van de joden in de kampen en in het Staphosterveld.    

Nader speurwerk bracht aan het licht dat er ook een grote hoeveelheid archiefmateriaal bewaard is gebleven. Mijn onderzoek dijde steeds verder uit, zeker toen er op initiatief van het Historisch Centrum Overijssel en de stichting Kunst en Cultuur Overijssel een expositie tot stand kwam. Die trok veel belangstelling en werd bekroond met de Overijsselse onderwijsprijs. Het onderzoek naar de joodse werkkampen heb ik gebruikt voor mijn afstudeerscriptie. Het boek dat nu bij de IJsselacademie gaat verschijnen, is een uitgebreide, aangevulde versie van die scriptie.

Het contact tussen de Staphorster bevolking en de joden in de kampen was zeer beperkt. Dat werd mede veroorzaakt doordat de werkkampen al in de jaren dertig waren gesticht, in het kader van de werkverschaffing. Het was een komen en een gaan van mannen. De Staphorster bevolking was dus ingesteld op steeds wisselende populaties werklozen, die voor kortere of langere tijd in de barakken van de Heidemaatschappij waren gehuisvest en grondwerkzaamheden verrichten. Die situatie was er niet naar om intensieve contacten aan te knopen met deze mannen. Daar kwam bij dat twee van de drie kampen ook nog eens ver buiten de bebouwde kom lagen.   

De Duitsers waren bijzonder gewiekst in het gebruik maken van bestaande structuren om hun plannen te realiseren. Het feit dat de kampen in Staphorst onder Nederlandse leiding stonden (elders was dat de SS), werkte op een bedrieglijke manier geruststellend op de joden. Men waande zich betrekkelijk veilig, zeker tot de grote razzia’s in Amsterdam en daarbuiten begonnen. En hoewel de medewerkers van de Heidemaatschappij ongetwijfeld grote moeite hadden met de manier waarop de Duitsers de joden aanpakten, speelden velen van hen het spel toch maar mee, soms ook met de bedoeling het lot van die mensen zo nog wat te verzachten. Het was moeilijk, en gevaarlijk, om je te verzetten. Toch hield de plaatselijke bevolking zich niet helemaal afzijdig. Soms werd er wel stiekem voedsel gegeven, en er zijn ook wel verhalen dat Staphorsters hebben geholpen bij ontsnappingspogingen, maar het bleef marginaal.  

Na de dramatische wegvoering van de joden naar Westerbork, in oktober 1942, zijn de barakken gebruikt voor evacués; ook het verzet uit het Staphorsterbos verbleef er regelmatig een nachtje. NSB’ers hebben na de Bevrijding in kamp Conrad geïnterneerd gezeten, en het complex is ook gebruikt als tijdelijke huisvesting voor gerepatrieerde Ambonezen.  

Van de gebouwen is niets meer over. Wel staan bij de voormalige kampterreinen bordjes met de kampnaam. En ook wordt tot op de dag van vandaag de Afschuttingsweg in de volksmond nog steeds de Jodenweg genoemd. Of er ooit nog eens een monument zal verrijzen dat de aandacht vestigt op de gevarieerde geschiedenis van de kampen, zal de tijd leren. Hopelijk is het zo dat mijn historische onderzoek, met al die foto’s, brieven en de inmiddels omvangrijke namenlijst van joodse mannen die het heeft opgeleverd, een monument op zich is. Het geeft de slachtoffers weer een gezicht...


naar boven  

 

 



FRAGMENTEN


Aankomst in kamp Het Wijde Gat
Heide ontginnen
Politie in het kamp
Vertrek op 3 oktober 1942
 

 

Aankomst in kamp Het Wijde Gat
“Onze trein stopte tusschen Staphorst en Dedemsvaart (geen station) en moest onze ploeg (± 80 man) uitstappen. Gelukkig behoefden we niet ver te lopen. Op ± 100 meter lag het kamp. Zeer tot mijn spijt is mijn vriend van Geuns[?, GJW] bij een andere ploeg en zijn deze waarschijnlijk naar Mariënberg doorgegaan. Het juiste adres zal ik wel binnenkort van zijn vrouw horen. We mochten kiezen wie bij elkaar wilden en hebben vanzelfsprekend de vrienden elkaar opgezocht. Ik woon o.a. met de pianoleraar van Esther[?, GJW], een zeer bekend violist Sal Dwinger (viool meegebracht) en een Mr. in de rechten Leo Frank, welbekend bij de familie Schevarz. De kameraadschap in het gehele kamp is voortreffelijk.” Deze beschrijving van de aankomst van Andries Davids in Het Wijde Gat kennen we uit zijn brief van 12 juli. Andries was het derde en jongste kind van handelsreiziger Samuel Davids. Hij werd geboren op 30 januari 1905 en trouwde rond 1930 met Esther Bekkers. In augustus van dat jaar verhuisde het echtpaar naar Groningen, Westerhavenstraat 2. Hij trok als vertegenwoordiger voor Polak en Schwartz door het noorden van het land. Een lang en gelukkig huwelijk werd hun niet gegund.

“Geen elektriciteit, geen verwarming, wassen buiten”, Jules Cohen was dat in Groningen anders gewend. De eerste ochtend, 11 juli, beschrijft hij als volgt: “De volgende morgen, zaterdagochtend, was er om vijf uur een signaal om op te staan. Een onvergetelijke scène. Kampbewoners die elk een soort blikken bakje uitgereikt hadden gekregen, waarin we bij de enige kraan een beetje water moesten halen om ons te wassen. Daar stonden ze, de brave huisvaders en ze wisten niet wat ze moesten doen. Een plens water in een bakje om je te wassen? De meesten hebben die ochtend maar overgeslagen! Vervolgens een bord pap in de kantine, een wat weids woord voor een leeg barakkenlokaal.”

 


Heide ontginnen

Zo kwamen ze bij een stukje heideveld, het doel van de tocht. “Als ik [Jules Cohen uit Groningen, gehuisvest in kamp Het Wijde Gat, GJW] mij de situatie opnieuw voor de geest haal, is het, hoe in-treurig het eigenlijk was, alleen maar om te lachen. We hadden geen uitleg gehad. Er was niemand bij ons die ook maar het flauwste idee had wat ontginnen eigenlijk zeggen wil. Bovendien had niemand ons de bedoeling uiteengezet. Gevolg was een soort Zandvoort-achtige aanblik. Over het veld verspreid stonden groepjes joodse mannen te scheppen als of hun leven ervan afhing. De man van de Heidemaatschappij begon zenuwachtig te worden. Enkelen van ons hadden dat wel in de gaten. We hebben hem toen verteld dat het voor ons allemaal nieuw was. Hij moest ons de bedoeling uitleggen. Dus floot hij op zijn fluitje. Wij groepeerden ons om hem heen. De uitleg was begrijpelijk. Er lag golvend onder de oppervlakte een keiharde zandlaag die de afwatering belemmerde. Wij moesten deze zandlaag doorbreken door een soort loopgraafsysteem. Er moest een loopgraaf gegraven worden met aansluitend een volgende loopgraaf. Met het zand van de tweede loopgraaf moest de eerste gevuld worden. Door met twee groepen elk aan een kant van het land te beginnen, zouden deze groepen elkaar ongeveer halverwege treffen, waarna het karwei geklaard zou zijn. De eerste zaterdag stopte het werk om twaalf uur.”

 

 
Politie in het kamp
 
De mannen in de kampen werden onverwachts geconfronteerd met aanwezige politie. De Grünen werd op veel plaatsen door boeren in de omgeving opgemerkt. Verschillenden van hen waarschuwden de van het werk terugkerende Joden. Rood uit kamp Conrad: “Wij werkten aan de aardappeloogst bij de Lichtmis. Op de weg terug waren er verschillende inwoners van Rouveen en die zeiden: ‘D’r zitten soldaten in jullie kamp. Maak dat je wegkomt!’” Eén van die inwoners was Jacob Harink. Hij woonde in Rouveen. Op de middag van 2 oktober, rond een uur of vier, pakte hij zijn fiets om naar Zwartsluis te gaan. Fietsend langs het kamp zag hij daar, voor het eerst sinds al die maanden, de Grüne Polizei, een groep van 10 à 15 mannen. Geschrokken fietste hij het veld in. Daar wandelden of marcheerden de Joden in groepen richting het kamp. Het werk zat er weer op. De verschrikte Harink hield de Joden aan en waarschuwde voor de Groene Politie. Onder de Joden, die zich nieuwsgierig rond de jonge fietser schaarden, ontstond een lichte paniekstemming. Toch ontvluchtte er op dat moment niet één. Waar zouden ze ook heen moeten in een land en in een dorp waar men de buren misschien niet eens kon vertrouwen? Anderen waren minder verontrust. Rood: “Wij namen het niet zo kwaad op. Want we zeiden: we zitten al in een kamp, wat kunnen ze ons doen? 

 

Vertrek op 3 oktober 1942  
Na de ochtendmaaltijd moesten de mannen zich buiten het kamp vlak langs het Conradkanaal opstellen. Na herhaald tellen bleek er een aantal te missen, waarop de Grünen hardhandig werden. Eén van Joden, Jonas, liep hierbij een bloedneus op. De mannen werden verder onder druk gezet. De commandant deelde mee, dat wanneer de ontbrekenden niet direct boven water kwamen, een stuk of tien mannen zouden worden doodgeschoten. De kokbeheerder probeerde de mannen te kalmeren, maar werd door een Grüne opzij gezet. Vervolgens werden willekeurig zes jongens uitgezocht. Ze namen daarbij steeds de vierde jongen. Sommige mannen probeerden nog snel van plaats te veranderen. Maar opeens was het vertoon voorbij. De jongens kregen het bevel achter aan te sluiten, waarop de groep gehaast wegmarcheerde, onder het opjagende: “Schnell, schnell!” 

 

 

naar boven  

 


BEELD

                    Wiede_Gat_foto_G.J._Westhoff                                 Bij de locaties van de voormalige kampterreinen staan tegenwoordig bordjes.
Foto: G.J. Westhoff
                                        
Brug_met_naam_Jodensloot_ter_gedachtenis_aan_1942_en_de_aanwezigheid_van_de_joodse_mannen._foto_G.J._Westhoff De brug aan de Afschuttingsweg, in de volksmond nog altijd Jodenweg geheten.
Foto: G.J. Westhoff
Kampbewoners_Staphorster_veld_1_foto_Herinneringscentrum___Kamp_Westerbork Kampbewoners, bezig met grondwerkzaamheden in het Staphorster veld 1 t/m 4.
Foto's Herinneringscentrum Kamp Westerbork.
Kampbewoners_Staphorster_veld_2_foto_Herinneringscentrum__Kamp__Westerbork
Kampbewoners_Staphorster_veld_3_Foto_Herinneringscentrum_Kamp_Westerbork
Kampbewoners_Staphorster_veld_4_foto_Herinneringscentrum_Kamp_Westerbork
Dit digitale dossier is geplaatst in november 2010.  
 

Winkelmandje

VirtueMart
Uw mandje is momenteel leeg.

Tekst van de Maond
Bekijk hier alle teksten.
Nieuws
Streektaal in de zorgWoordenboek van de Overijsselse taalDigitale dossier Cursussen ambachtelijk hip

Disclaimer | Colofon | © 2011 Stichting IJsselacademie. Alle rechten voorbehouden.