Home | Geschiedenis | Digitale dossiers | Digitale dossiers
Werkgebied
Canon van OverijsselCanonkijker in beeld Tradities in Overijssel
Stichting IJsselacademie
Bezoek- en postadres:
Eikenstraat 20
8021 WX Zwolle
t 038 331 52 35
e info@ijsselacademie.nl

FacebookYoutubeTwitter

Kaart Ten Have

WAT | WIE | FRAGMENTEN | BEELD gerealiseerd

WAT

Dit boek is gepresenteerd op 2 november 2012.

De Stichting IJsselacademie bereidt een boekuitgave voor van de beroemde provinciale kaart van Ten Have, bezorgd door auteur dr. C.M. Hogenstijn. De titel: Een perfecte lantcaerte van Overijssel. De kaarten van Nicolaas ten Have in het licht van hun tijd.

Op 25 april 1648 bood de conrector van de Zwolse Latijnse School, Nicolaas ten Have, aan de magistraat van de stad Kampen een kaart aan van het grondgebied van de provincie Overijssel. Andere cartografen hadden al eerder Overijssel in beeld gebracht en vele zouden Ten Have later volgen. Toch was en bleef Ten Have’s kartering van “Transisalania” een bijzondere en zelfs unieke productie. Het was geen kaart die voortkwam uit zucht naar kennis of naar gewin van een wetenschapper of een zakenman, maar het resultaat van een opdracht die Ridderschap en Steden (de regering van het gewest) aan Ten Have hadden verleend. Ongeveer 175 jaar lang zou het dé kaart van Overijssel blijven.

Ridderschap en Steden wisten in welke vorm zij zich een nieuwe kartering wensten: in die van het landtafereel of de landtafel. Dat vormde een representatieve voorstelling van een gebied met rijke detaillering en een schilderachtig karakter. Niet voor niets waren in de 16de eeuw schilders met het vervaardigen van dergelijke karteringen begonnen. In de 17de eeuw namen cartografen hun rol over. Zij voorzagen de landtafel van fraai decoratieve titels, maatstokken, legenda, detailkaarten, gedrukte toelichtingen, pittoresk weergegeven personen en verwijzingen naar de regionale folklore, klederdrachten en middelen van bestaan. In dit alles werkte de barok door.

Ten Have kweet zich uitstekend van zijn taak. Als gevolg van de opdracht van Ridderschap en Steden werd het meteen een kaart met publiek gezag. De Deventer uitgever van en handelaar in prenten, kaarten en boeken, Jan de Lat, bracht een vierde staat van de kaart in 1743 op de markt. Het was een product dat uitstekend paste in zijn fonds. Als één van de weinigen buiten Amsterdam gaf hij kaarten en atlassen uit. Daarmee plaatste De Lat zich in de grote traditie van Deventer als stad van de cultuur en het ambacht van het boek, een stad van auteurs, vormgevers, drukkers, uitgevers, boekverkopers, antiquaren, veilingen en bibliotheken.

De Lat decoreerde zijn versie van Ten Have’s grote kaart zo dat het totale beeld evenwichtig en decoratief is. De rivier de IJssel, de drie hoofdsteden Deventer, Kampen en Zwolle, gelegen binnen hun uitgebreide vestingwerken en de grote veengebieden, domineren de kaart. Overeenkomstig de opdracht van de Staten heeft de cartograaf de buiten- en binnengrenzen van het gewest scherp weergegeven. Dat schiep meteen de mogelijkheid om de volledige interne administratieve en rechterlijke indeling van Overijssel in beeld te brengen. De informatiedichtheid van de kaart is groot vanwege de vele elementen die daarop zijn afgebeeld.

Hogenstijn begint zijn uitgave met een korte verhandeling inzake Overijssel onder de Republiek. Daarna wordt iets verteld over kaarten uit het tijdvak vóór Ten Have en over het karakter van diens kartering. Aansluitend komen de vele epigonen aan de orde. Ten slotte gaat alle aandacht uit naar de grote kaart uit 1743 in heel zijn verscheidenheid en rijkdom. In de bijlagen komen de verschillende categorieën van vermeldingen op de kaarten van Ten Have systematisch ter sprake. Ook zijn alle achtereenvolgende edities opgesomd.

Deze uitgave van Ten Have’s kaart is een onmisbaar standaardwerk voor iedereen die de geschiedenis van Overijssel een warm hart toedraagt.
U kunt het boek aanschaffen vanaf 2 november 2012: dan wordt het gepresenteerd.

naar boven 



WIE

In gesprek met de auteur: Clemens HogenstijnPortretfoto_Clemens_site

Clemens Hogenstijn (1948): “Van huis uit ben ik historicus. Mijn proefschrift handelde over de politiek van de 18de eeuw; dat zou je mijn specialisatie kunnen noemen, maar in de loop der tijd heb ik over allerlei historische onderwerpen gepubliceerd, met name vanuit Deventer perspectief. Ik ben werkzaam aan de Stads- en Athenaeumbibliotheek in Deventer, sinds 1999 als stadshistoricus.

Het idee om een boekuitgave te gaan maken van de provinciekaart van Ten Have is ontstaan in het verlengde van een eerder project. In 2010 bestond de Stads- en Athenaeumbibliotheek 450 jaar, en bij die feestelijke gelegenheid heb ik een heruitgave verzorgd van de 18de-eeuwse historicus Nagge: zijn Weghwijser door de Provintie van Overyssel. Voor de geschiedenis van de cartografie van Overijssel is dat een belangrijke publicatie, omdat er in het boek een kleine gewestelijke kaart zit ingevouwen. Nader onderzoek leerde mij, dat die kaart eigenlijk een afgeleide is van een nog veel bijzonderder kaart, die van Nicolaas ten Have. Een wetenschappelijk verantwoorde, en toch publieksvriendelijk uitgave van die kaart was er nog niet, dus die ben ik toen maar gaan maken.

De kaart van Ten Have is om meerdere redenen uniek te noemen. Om te beginnen al door het moment van verschijnen: 1648, het jaar waarin er een einde kwam aan de Tachtigjarige Oorlog. Binnen de Republiek hadden de afzonderlijke gewesten een grote mate van soevereiniteit, en het bestuur van Overijssel (Ridderschap en Steden) wilde die eigenheid en zelfstandigheid graag etaleren. Vandaar de opdracht aan Ten Have: men zette zichzelf letterlijk en figuurlijk op de kaart. Ook bepaalde slepende grensgeschillen, met name met Drenthe, hoopte men door de kaart voor eens en altijd te beslechten.

Uniek aan de kaart van Ten Have is verder de manier waarop de cartograaf te werk is gegaan. Voorheen was het gebruikelijk dat men zich baseerde op oudere kaarten; men tekende elkaar over, met als gevolg dat er onnauwkeurigheden en gedateerde elementen in het kaartbeeld slopen. Ten Have werkte met eigen opmetingen. Zijn kaart is dus véél betrouwbaarder dan die van zijn voorgangers. Een laatste, heel bijzonder kenmerk van Ten Have’s kaart is dat er allerlei extra informatie wordt aangeboden. Zo zijn alle havezaten in Overijssel ingetekend, maar ook spiekers, de buitenverblijven van edelen en gegoede burgers. Als historische bron is de kaart een ware schatkamer.

Met de boekuitgave hoop ik die schatkamer te ontsluiten: natuurlijk voor alle liefhebbers van historische kaarten, maar eigenlijk voor iedereen die is geïnteresseerd in de geschiedenis van Overijssel.”

naar boven 



FRAGMENTEN


Versierd met zeilboten en een kompasroos neemt de Zuiderzee een substantieel deel van het noordwesten van de kaart in beslag. Informatief zijn de vermeldingen van de kusten en de eilanden. Waar Friesland overgaat in Overijssel en het schoutambt Kuinre was gelegen, zijn de notities op de kaart ronduit dramatisch. Een “doorgebroken en verlaaten dijk” verhaalt van watersnood. De “Nieuwe Zee dijk 1702” (een jaar van grote overstromingen), die via Fries grondgebied langs het eveneens Friese Slijckenborgh overgaat in “De Linde Dyk” moest voortaan het water van de Zuiderzee keren. Op de grens van Friesland en Overijssel staat Veenhuysen ingetekend, maar met de toevoeging: “dese Buurt is geheel weg”. Naast de afbeelding van Kuinre staat vermeld: “Dese Schans is ook door de Zee gerueweert” (geruïneerd).
Zie kaartfragment 1 en 2.


Ten oosten van Gramsbergen komt de Vecht (in het Duits: Vechte, in het Latijn: Vidrus) Overijssel binnen. Tussen dit plaatsje (formeel een stadje, maar feitelijk een dorp) en het gehucht Ane slingert de Vecht zich tussen Hardenberg en Heemse, nam zij daarna de Bruchterbeek en de Elsbeek in zich op en gaat het water verder langs de dorpen, gehuchten en huizen in de schoutambten Ommen en Dalfsen. Het water stroomt door de schilderachtige marken Beerse en Stegeren, langs de heuvels van Junne en Arriën, passeert de buitenplaats Vilsteren en de havezate Rechteren, om halverwege Zwolle en Hasselt, tegenover de schans Kijk in de Vecht, in het Zwarte Water uit te monden. (Kijk in de Vecht moest de stuw Het Penantengat beschermen). Al voordat het water de havezate Kranenburg had bereikt, boog een door mensenhanden kort voor 1500 gegraven kanaal de Nieuwe Vecht naar Zwolle af. Dit kanaal verkortte de route naar de stapelplaats Zwolle, waar vanuit Bentheim natuursteen werd aangevoerd. 
Zie kaartfragment 3.


Schansen lagen over het gewest verspreid. Sommige van deze verdedigingswerken hadden geen eigen naam, andere beschikten daar wel over (Vriese Kay in het schoutambt Staphorst en Rouveen, Veenebrugge bij Hardenberg) en vormden soms tevens een kern van bewoning. De fortresse Blokzijl oogde als een stadje, de vesting Zwartsluis als een “groot en deftig dorp”. Ommerschans en Lichtmis kenden een kleine bezetting en lagen ver van de bewoonde wereld. Deze schansen hadden een functie als bescherming van de noordelijke provincies. De Ommerschans was zelfs vanaf ongeveer 1750 een grote opslagplaats van militair materieel, met name munitie. Stervormige vestingwerken zorgden voor beveiliging.
Zie kaartfragment 4.

naar boven  



BEELD

thumb_1_Vollenhove_met_zeilboot_site 1. Het stadje Vollenhove met enkele havezaten en de landtong De Voorst. Een kompasroos en decoratieve scheepjes versieren de weergave van de Zuiderzee.
thumb_2_Schans_bij_Kuinre_site 2. Stormen op de Zuiderzee hadden de schans Kuinre en het omringende land zwaar getroffen.
thumb_3_Vecht_in_ons_land_en_schans_Veenebrugge_site 3. De Overijsselse Vecht passeert de landsgrens en stroomt langs Gramsbergen, Hardenberg en de buurschappen in de omgeving.
thumb_4_Schans_Vriese_kay_bij_Staphorst_site 4. De uitgestrekte veengebieden op de grens van Drenthe en Overijssel rond Staphorst en Rouveen.
Dit digitale dossier is geplaatst in mei 2012.  
 

Winkelmandje

VirtueMart
Uw mandje is momenteel leeg.

Tekst van de Maond
Bekijk hier alle teksten.
Nieuws
Streektaal in de zorgWoordenboek van de Overijsselse taalDigitale dossier Cursussen ambachtelijk hip

Disclaimer | Colofon | © 2011 Stichting IJsselacademie. Alle rechten voorbehouden.