|
Hieronder ziet u, in een willekeurige volgorde, de projecten die in 2012 bij de afdeling Geschiedenis in ontwikkeling zijn. Enkele hebben wij speciaal in de schijnwerpers geplaatst, in Digitale dossiers. Voor een goed overzicht van álle bezigheden kunt u binnenkort het jaarverslag 2011 bekijken; 2012 heeft in grote lijnen dezelfde accenten.
Canonvanoverijssel.nl Dit project kreeg een eigen pagina. Lees daar meer en/of klik door naar de speciale website met alle canons die tot nu toe in Overijssel zijn gepresenteerd.
Verhalen uit de IJsseldelta Sinds 2004 kennen we in ons land 20 nationale landschappen: gebieden met een unieke combinatie van natuur, cultuur en geschiedenis. Het provinciaal programmabureau Nationaal Landschap IJsseldelta zet zich in om het gebied grotere bekendheid te geven. De NCRV liet in een tv-serie zien wat deze gebieden zo bijzonder maakt. Voor de uitzending over de IJsseldelta werd de IJA door het programmabureau gevraagd een kenner van de geschiedenis van de streek te leveren voor een verbindend inhoudelijk commentaar. Na een oriënterend gesprek viel de keuze van Mrs. Moon Productions, die de serie voor de NCRV maakte, op Jos Mooijweer. De opnames vonden plaats in het najaar, de uitzending op 12 februari 2009. Als vervolg op deze medewerking werd de IJA door de provincie gevraagd om de geschiedenis van het gebied en zijn bewoners op een aansprekende manier onder de aandacht te brengen. Dit is gebeurd in de vorm van verhalen, geschreven door historicus Frits David Zeiler, die de basis hebben gevormd voor een reizende tentoonstelling, en die ook op andere manieren zullen worden ingezet om bewoners en gasten over het gebied te informeren. In het verlengde hiervan werd aan historicus Harry Stalknecht de opdracht verleend om portretten te schrijven van elf markante bewoners van het gebied, uit heden en verleden. Die teksten zijn inmiddels voltooid; door de provincie wordt momenteel bezien in welke vorm ze gepubliceerd zullen worden.
Mariënheem In 2012 bestaat Mariënheem, een dorp ten oosten van Raalte, 75 jaar. Dit jonge dorp op oud land is ontstaan bij een parochiekerk, die er in 1937 is gesticht. Plaatselijk Belang Mariënheem heeft de IJA gevraagd om ter gelegenheid van het jubileum een boekwerk uit te geven, waarin de geschiedenis van deze bijzondere gemeenschap wordt beschreven. De IJA heeft hierop historicus Theo van Mierlo opdracht gegeven de mogelijkheden hiervoor te verkennen in literatuur en archieven, en ook de beschikbaarheid van orale informatiebronnen te onderzoeken. In zijn rapport, dat eind 2007 gereed was, doet Van Mierlo verslag van zijn bevindingen en wordt een voorstel geformuleerd voor de opzet van een dergelijk geschiedwerk. De fondswerving voor de publicatie is inmiddels met succes bekroond, zodat Van Mierlo met het schrijfwerk kon beginnen. Het boek wordt naar verwachting in 2012 gepubliceerd.
Armvoogdij Muggenbeet In 1999 heeft de Stichting IJsselacademie een boekje uitgegeven over de geschiedenis van de Nederlands Hervormde Armvoogdij van Scheerwolde, geschreven door Jos Mooijweer. Enkele jaren na de verschijning werd de Academie benaderd door de Armvoogdij Muggenbeet met het verzoek om ook voor haar vereniging een dergelijke publicatie te verzorgen en de uitvoering in handen te geven aan dezelfde onderzoeker/auteur. Hoewel het jammer is dat beide armvoogdijen indertijd niet samen de opdracht tot het schrijven van een geschiedenis hebben gegeven, zijn er goede redenen om alsnog in te gaan op het verzoek: de Armvoogdij Muggenbeet blijkt te beschikken over een archief dat teruggaat tot het begin van de 18de eeuw. Een verkenning van dit archief heeft aangetoond dat een geschiedschrijving goed mogelijk is. Doordat het archief van Scheerwolde vooral op de 19de-20ste eeuw betrekking heeft, vullen de geschiedenissen van beide armvoogdijen elkaar heel goed aan. In 2011 wordt met de uitvoering van het onderzoek begonnen.
Orgels in Overijssel Lees voor veel meer informatie het digitale dossier en bekijk enkele foto’s. Hoewel er in het verleden wel is geschreven over de orgels in Overijssel, is er nooit een werk verschenen waarin het hele orgelpatrimonium in onze provincie aan bod komt. Dat is ook niet eenvoudig, omdat er tijdrovend systematisch onderzoek voor nodig is om alle bronnen op te sporen. Orgels in Overijssel, van de hand van auteur Auke Vlagsma, is het resultaat van een uitgebreid onderzoek in de archieven van steden en kerkdorpen, kerken en kloosters en van huizen en families. Als beginjaartal is 1450 gekozen, omdat uit het midden van de 15de eeuw contractstukken bewaard zijn gebleven van één van de Zwolse orgels. In zijn standaardwerk geeft Vlagsma niet alleen een compleet overzicht van alle historische orgels in Overijssel, maar ook van de orgelmakers die in Overijssel werkten, de organisten door de eeuwen heen en de belangrijkste restauraties. (Zie voor het digitaal dossier over dit project de website van de IJsselacademie: Geschiedenis>Lopende projecten>Digitale dossiers.) Zodra de benodigde fondsen geworven zijn, zal de IJA het manuscript in productie nemen.
Werkkampen in Staphorst en Rouveen Lees voor veel meer informatie het digitale dossier en bekijk enkele foto’s. Auteur G.J. Westhoff heeft een manuscript afgerond over de joodse werkkampen in Staphorst. Nadat de bezetter op grote schaal joodse mannen werkloos had gemaakt, werden ze in kampen geconcentreerd, onder het voorwendsel van werkverschaffing. In de praktijk bleken deze kampen een tussenstation te zijn op weg naar de vernietiging. Westhoff richt zijn onderzoek op de kampen die hebben gestaan op het grondgebied van de gemeente Staphorst, met name het beruchte kamp Conrad, maar ook Het Wijde Gat en kamp Beugelen. Aan de hand van vele directe getuigenissen, brieven, foto’s, ooggetuigenverslagen en vraaggesprekken met overlevenden wordt een gedetailleerd en aangrijpend beeld getekend van het bestaan in de kampen: het werk, de leefomstandigheden, de kampbewakers, het lijden. We volgen de slachtoffers ook op hun laatste reis: het transport, via Westerbork meestal, naar het oosten en het einde in de doodskampen. (Zie voor een digitaal dossier over dit project: Geschiedenis>Lopende projecten>Digitale dossiers.) Met het boek wordt een waardig monument voor de slachtoffers opgericht. De IJA hoopt dit manuscript, zodra de benodigde fondsen geworven zijn, zo snel mogelijk in productie te kunnen nemen.
Steden onder vuur Lees voor veel meer informatie het digitale dossier en bekijk enkele foto’s. Kampen, Deventer en Steenwijk waren in de Tachtigjarige Oorlog belangrijk voor zowel de Spaanse troepen als de Staatse. De eerste twee steden behoorden tot de zogeheten frontiersteden, die Holland en Zeeland moesten vrijwaren van aanvallen vanuit het oosten. Steenwijk lag op de verbindingslijn naar het noorden. Dat drie schrijvers – Johan van den Kornput, Splinter Helmich en Willem Lanius – elk voor één van deze plaatsen een verslag hebben gegeven van de belegeringen, is uniek. Het stelt ons in staat de gebeurtenissen te volgen vanuit drie verschillende invalshoeken. In Steden onder vuur presenteert auteur H. de Kruif de drie kronieken in een moderne, toegankelijke hertaling, voorafgegaan door een verhelderende inleiding en voorzien van een verklarende woordenlijst en een aantal fraaie illustraties. Overijsselse lezers kunnen, juist door die regionale, locale invalshoek van Steden onder vuur, hopelijk weer in contact gebracht worden met een belangrijke, dramatische episode uit hun geschiedenis. (Zie voor het digitaal dossier over dit project: Geschiedenis>Lopende projecten>Digitale dossiers.) Zodra de benodigde fondsen zijn geworven, zal de IJA het manuscript in productie nemen.
Belt-Schutsloot in zestig oude prentbriefkaarten Steden en dorpen zijn in de afgelopen eeuw in rap tempo veranderd. Ook Belt-Schutsloot is hieraan niet ontkomen. Vele eeuwen was het dorp alleen via het water bereikbaar; pas in 1929 kwam er een eenvoudig fietspad, dat vanaf Zwartsluis langs de Arembergergracht naar de Zandbelt liep. Vervolgens kwam er een pad dat vanaf de dam tussen Beukers en de Blauwe Hand naar de Schutsloot leidde. Het zou tot 1959 duren voordat Belt-Schutsloot met de buitenwereld werd verbonden door middel van een volwaardige weg. Van oudsher was de turfwinning de belangrijkste bron van inkomsten voor het dorp. In het begin van de 20ste eeuw veranderde dat langzaam en kwamen er gemengde boerenbedrijfjes; er werd aan visserij en rietteelt gedaan. Na de aanleg van de eerder genoemde weg brak voor Belt-Schutsloot de nieuwe tijd aan: enerzijds doordat mensen buiten het dorp gingen werken, anderzijds doordat recreatie en toerisme hun intrede deden. Veel van de oude huizen hebben plaats gemaakt voor nieuwe, grotere en moderne woningen. Oorspronkelijke bewoners trokken weg, mensen van buitenaf vestigden zich in het dorp. Belt-Schutsloot in zestig oude prentbriefkaarten van auteur Jan Jonkman laat zien hoe Belt-Schutsloot er ongeveer vijftig jaar geleden uitzag. Aan de hand van de collectie kaarten – de vroegste dateren uit de jaren dertig van de vorige eeuw – wordt de lezer binnengevoerd in een wereld waar het vervoer nog grotendeels via het water ging en waar de kleinschalige landbouw nog de boventoon voerde. Beknopte bijschriften geven de benodigde achtergrondinformatie. De volgorde van de beelden is zo gekozen, dat de publicatie gebruikt kan worden als een wandelgids. De tocht begint bij de dam van Beukers naar de Blauwe Hand en gaat verder van oost naar west langs de Schutsloot. De Arembergergracht (“de grachte”) en Zandbelt (“de vaste Belt”) komen ruimschoots aan bod. Na een korte blik op de Ronduite en de Blauwe Hand ligt het eindpunt weer bij de dam. Gedetailleerde routetekeningen laten zien wáár precies de historische opnames gemaakt zijn, zodat de wandelaar met eigen ogen kan vaststellen dat Belt-Schutsloot, ondanks alle veranderingen, nog steeds een beeldschoon stuk van Overijssel is. Als het in het kalenderjaar 2012 niet lukt de benodigde fondsen te werven, zal het project helaas van ons werkplan moeten worden afgevoerd.
Flexus-rapport over binnenstad Kampen In februari 2011 verscheen het onderzoeksrapport Cultuurhistorische inventarisatie en waardenstelling historische binnenstad Kampen. Dit rapport, in opdracht van de gemeente Kampen opgesteld door het Rotterdamse onderzoeksbureau Flexus Architectuur, Welstand, Cultuurhistorie, biedt een systematisch en uitputtend overzicht van de historische ontwikkeling van de Kamper binnenstad, alsmede een inventarisatie van alle monumentale elementen in het stadsbeeld. Het rapport was in eerste instantie vooral bedoeld als hulpmiddel voor besluitvorming inzake stadsbescherming. Maar de tekst – en ook de tientallen schitterende kaarten en tekeningen – bracht een ware schat aan vernieuwende inzichten aan het licht, waardoor bij de gemeente Kampen het verlangen ontstond een publiekseditie uit te geven. Men heeft de IJsselacademie benaderd met de vraag om een breed toegankelijke, publieksvriendelijke versie van het rapport te publiceren. Hoewel er, her en der verspreid, al wel het een en ander is geschreven over de Kamper stadsontwikkeling, is het Flexus-rapport uniek te noemen. Voor het eerst worden het ontstaan en de ontwikkeling van de binnenstad methodisch in beeld gebracht, vanaf de vroegste bewoningsfase tot aan de dag van vandaag. Uniek is ook dat in de loop van het betoog de vergelijking wordt opgezocht met andere steden, in binnen- en buitenland. Juist die vergelijking met het “vreemde” opent de lezer de ogen voor het bijzondere en karakteristieke van het “eigene”. Omdat de tekst opvallend vlot en soepel geschreven is, zal de publiekseditie niet alleen geschikt zijn voor deskundigen en experts, maar ook voor geïnteresseerde liefhebbers: gewone Kampenaren, die hun stad een warm hart toedragen. De toegankelijkheid van de uitgave wordt nog verhoogd door de ruime hoeveelheid illustratiemateriaal, variërend van foto’s, prenten, tekeningen, schilderijen, tekeningen en kaarten. De publicatie is voorzien voor het voorjaar van 2012.
De grens van Overijssel Grenzen zijn een fascinerend verschijnsel. Een onzichtbare lijn in het landschap, die twee gebieden van elkaar scheidt, roept bij veel mensen een intrigerend “grensgevoel” op. Auteur Jan ten Hove werkt aan een nieuw boek: een speurtocht naar de veelzijdige geschiedenis van de grenzen van Overijssel. Tal van opmerkelijke grensverhalen komen in deze uitgave, die is gericht op een breed publiek, aan bod. Het gaat om een uniek project, waarbij pionierswerk zal worden verricht. Per slot van rekening kan geen enkele andere Nederlandse provincie bogen op een uitgave die in de vorm van een historisch ‘reisgids’ het boeiende verhaal van haar buitengrenzen vertelt. Een verhaal over het ontstaan en de ontwikkeling van de grenzen van Overijssel is onvermijdelijk ook een verhaal over de geschiedenis van de provincie zelf. Het jaar 2012 is uitgeroepen tot Jaar van het Immateriële Erfgoed; juist zoiets immaterieels, en tegelijk zo concreets als de grens blijkt een prachtige leidraad voor het schrijven van die geschiedenis. De publicatie wordt eind november 2012 gepresenteerd in het Historisch Centrum Overijssel te Zwolle tijdens een dagvullend symposium dat helemaal gewijd zal zijn aan de provinciale grens.
Wederopbouwarchitectuur Kampen Op verzoek van de Afdeling Ruimtelijke Ordening van de gemeente Kampen heeft de Stichting IJsselacademie de eerste voorbereidingen in gang gezet om te komen tot een publicatie over de wederopbouwarchitectuur binnen de Kamper gemeentegrenzen. De architectuur uit de decennia vlak na de Tweede Wereldoorlog genoot lange tijd een matige reputatie. Pas de laatste jaren begint het inzicht door te breken dat de bouwkunst uit deze periode, met alle tekortkomingen die er zeker zijn, toch een belangrijke cultuur-historische waarde vertegenwoordigt. De publicatie waar de IJA aan werkt zal voor de gemeente een hulpmiddel kunnen zijn bij het aanwijzen van gemeentelijke monumenten; gedacht wordt verder aan het uitzetten van een fiets- en wandelroute. Auteur Geraart Westerink werkt momenteel aan het manuscript. Het is de bedoeling de publicatie in januari 2014 te presenteren.
Uitgave provinciale kaart Ten Have De Stichting IJsselacademie bereidt een boekuitgave voor van de beroemde provinciale kaart van Ten Have, bezorgd door auteur dr. C.M. Hogenstijn. Op 25 april 1648 bood de conrector van de Zwolse Latijnse School, Nicolaas ten Have, aan de magistraat van de stad Kampen een kaart aan van het grondgebied van de provincie Overijssel. Andere cartografen hadden al eerder Overijssel in beeld gebracht en velen zouden Ten Have later volgen. Toch was en bleef Ten Have’s kartering van “Transisalania” een bijzondere en zelfs unieke productie. Het was geen kaart die voortkwam uit zucht naar kennis of naar gewin van een wetenschapper of een zakenman, maar het resultaat van een opdracht die Ridderschap en Steden (de regering van het gewest) aan Ten Have hadden verleend. Ten Have kweet zich uitstekend van zijn taak. Ongeveer 175 jaar lang zou het dé kaart van Overijssel blijven. Ridderschap en Steden wisten in welke vorm zij zich een nieuwe kartering wensten: in die van het landtafereel of de landtafel. Dat wil zeggen een rijk gedetailleerde kaart, voorzien van fraai decoratieve titels, maatstokken, legenda, detailkaarten, gedrukte toelichtingen, pittoresk weergegeven personen en verwijzingen naar de regionale folklore, klederdrachten en middelen van bestaan. In dit alles werkte de uitbundigheid van de barok door. Als gevolg van de opdracht van Ridderschap en Steden werd het meteen een kaart met publiek gezag. De Deventer uitgever van en handelaar in prenten, kaarten en boeken, Jan de Lat, bracht een vierde staat van de kaart in 1743 op de markt. Het was een product dat uitstekend paste in zijn fonds. De Lat decoreerde zijn versie van Ten Have’s grote kaart zo dat het totale beeld evenwichtig en decoratief is. De rivier de IJssel, de drie hoofdsteden Deventer, Kampen en Zwolle, gelegen binnen hun uitgebreide vestingwerken en de grote veengebieden, domineren de kaart. Overeenkomstig de opdracht van de Staten heeft de cartograaf de buiten- en binnengrenzen van het gewest scherp weergegeven. Dat schiep meteen de mogelijkheid om de volledige interne administratieve en rechterlijke indeling van Overijssel in beeld te brengen. De informatiedichtheid van de kaart is groot vanwege de vele elementen die daarop zijn afgebeeld. Hogenstijn begint zijn uitgave met een korte verhandeling inzake Overijssel onder de Republiek. Daarna wordt iets verteld over kaarten uit het tijdvak vóór Ten Have en over het karakter van diens kartering. Aansluitend komen de vele epigonen aan de orde. Ten slotte gaat alle aandacht uit naar de grote kaart in de editie van 1743 in heel haar verscheidenheid en rijkdom. In de bijlagen komen de verschillende categorieën van vermeldingen op de kaarten van Ten Have systematisch ter sprake. Ook zijn alle achtereenvolgende edities opgesomd. Zodra de benodigde fondsen zijn bijeengebracht, zal de publicatie in productie worden genomen.
Uitgave memorandum Pieter Kapenga Tijdens de Tweede Wereldoorlog weigerde hoofdagent Pieter Kapenga (1898-1982) mee te werken aan de wegvoering van de joden in de stad Kampen. Als gevolg van deze principiële opstelling belandde hij in de concentratiekampen Vught en Dachau. Kort na de Bevrijding en zijn terugkeer in Nederland legde Kapenga zijn ervaringen vast in een memorandum, dat in eerste instantie alleen bedoeld was voor zijn kinderen. In samenspraak met de IJsselacademie werkt historicus-auteur Peter Sierksma, een kleinzoon van Kapenga, nu aan een uitgave van dit gedenkschrift. Het boek zal niet alleen de complete tekst van het memorandum bevatten, maar ook een uitgebreide inleiding en verantwoording, waarin de verzetsdaad van Kapenga in zijn juiste context wordt geplaatst, zowel op landelijk als op lokaal niveau. Omdat Sierksma’s onderzoek nog in volle gang is, valt er in dit stadium niets te zeggen over het moment van verschijnen van deze publicatie.
Zoutgeldkohier De Sallandse Zoutgeldregisters van 1693/4 zijn een zeer waardevolle bron voor de geschiedschrijving van Overijssel. Dr. C. Trompetter heeft indertijd een begin gemaakt met de transcriptie en uitwerking van deze registers. Was het aanvankelijk de bedoeling om de kohieren in twee delen (Noord- en Zuid-Salland) in boekvorm uit te geven, de voorkeur wordt nu gegeven aan een digitale uitgave ineens. Doordat de werkzaamheden hieraan teveel beslag zouden leggen op de vaste, betaalde medewerkers ging de IJA op zoek naar een vrijwillige kracht die deze specialistische taak kan uitvoeren. Deze is gevonden in een oud-deelnemer aan de IJA-cursus paleografie voor beginners, Frouwien Rose. Met de aldus opgedane basiskennis van oud schrift heeft zij het project met voortvarendheid aangepakt. We streven ernaar om de kohieren in de loop van 2011 op de website te presenteren.
Geschiedenis Kampen III De voorbereidingen voor het derde, afsluitende deel van de Geschiedenis van Kampen zijn in gang gezet. Twee Kamper historici, Jaap van Gelderen en Frits David Zeiler, zullen voor de 19de en 20ste eeuw de sociaal-culturele geschiedenis van de stad in kaart brengen. De term sociaal-cultureel moet hier in de breedst mogelijk betekenis worden verstaan: behalve het kerkelijk leven vallen hieronder uiteenlopende onderwerpen als onderwijs, armenzorg, verenigingsleven en het rijke spectrum aan kunst en cultuur. In samenhang bezien geven al deze thema’s een beeld van het geestelijk leven dat er twee eeuwen lang in de stedelijke gemeenschap geheerst heeft, niet alleen in religieuze en politieke, maar ook in intellectuele en artistieke zin. Zodra de benodigde fondsen zijn geworven, kunnen de auteurs aan de slag.
Bronnenuitgave Waeijer Voor de kennis van de ‘ondergrondse’ geschiedenis van de rooms-katholieke kerk in de 16de en 17de eeuw in het werkgebied van de IJA vormen de aantekeningen van de Zwolse priester Arnoldus Waeijer (1606-1692), Nopende het Aerts-Priesterschap van Swolle, een unieke bron. In 1917 werden deze aantekeningen door G.A. Meijer uitgegeven. De bronnenuitgave wordt door huidige onderzoekers nog veelvuldig geraadpleegd, maar is alleen in oude of speciale bibliotheekcollecties te raadplegen. De IJA wil een becommentarieerde heruitgave van deze bronneneditie verzorgen, waarbij de nieuwste inzichten omtrent de persoon en historische betrouwbaarheid van Waeijer, en een vergelijking van het oorspronkelijke handschrift met kopieën aan bod komen. Het historisch onderzoek voor deze heruitgave wordt uitgevoerd door drs. Mirjam Barendsen. Voor de hertaling tekent dr. H. de Kruif, voor de vertaling van de Latijnse fragmenten dr. R.Th.M. van Dijk. Over het jaar en de vorm van uitgave is nog niets besloten.
|