
Word DonateurVoor minimaal € 20,- per jaar krijgt u 20% korting op onze uitgaven en ontvangt u jaarlijks zes keer het tijdschrift MijnStadMijnDorp. Historisch Tijdschrift Overijssel. Vul hier het formulier in! Vrijwilliger worden?Wilt u vrijwilliger worden bij de IJsselacademie? Klik hier voor meer informatie. ContactU kunt ons door middel van het reactieformulier een bericht sturen. Rechtstreeks mailen met Medewerkers kan natuurlijk ook. Stichting IJsselacademieMolenstraat 28a 8261 JW Kampen Postadres Postbus 244 8260 AE Kampen t 038 331 52 35 f 038 333 42 04 e info@ijsselacademie.nl i www.ijsselacademie.nl |
Winnend verhaal 2002Thema: Goed of fout Dood door schuldVerschrikt komt een aantal dorpsbewoners op het uit elkaar gereten lichaam af. Eenzaam ligt het op de rails. In de verte verdwijnt een trein uit het zicht. "Haal hulp!", wordt er geroepen. Een al wat oudere man knielt boven het lichaam neer. "'t Heeft geen zin meer., zucht hij. Hij wendt zijn blik van het slachtoffer af en schudt zijn hoofd. Hij schat de man zo rond de 35-40 jaar. Zijn gezicht is onbeschadigd en heeft een verdrietige uitdrukking. Van de rest van het lichaam is niet veel meer over. Iets verderop ligt een hand, een hand die iets vasthoudt; een popje. Sommige toeschouwers barsten in snikken uit, anderen druipen langzaam af. Ergens wordt de naam Hans Beuker genoemd... Het is 26 februari, zes uur. Op een paar mensen na zijn de straten verlaten. Eén van hen is de machinist, Hans Beuker, die op weg is naar het station. Het belooft een mooie zonnige dag te worden, maar Hans' humeur is vandaag helemaal niet zo zonnig. Hij heeft veel plezier in zijn werk en iedereen kent hem als een vrolijke, plichtsgetrouwe man.Maar vandaag... Normaal staat hij vroeg op en leest hij, na zijn vrouw gedag te hebben gekust, aan zijn ontbijt nog even snel het belangrijkste nieuws door. Altijd stipt op tijd komt hij dan, met zijn broodtrommeltje onder zijn arm, het station op. Hans houdt van orde en regelmaat. Maar vanochtend liep alles in de soep; de wekker ging niet af en alles moest in grote haast gebeuren. Hij had niet eens tijd gehad om de krant te bekijken! Hans stapt snel van zijn fiets en loopt het perron op. Op een paar passagiers na die op hun trein staan te wachten, is het perron leeg. Wat verbaasd kijkt Hans op zijn horloge. Ja, het is toch echt kwart over zes. Maar wat is het dan stil! Waar zijn de stokers? Met grote driftige stappen loopt Hans naar de locomotief, maar ook daar zijn ze niet. Wat zou er aan de hand zijn? Hans begint zich steeds meer op te winden. Over een kwartier moet de trein vertrekken en voordat dat ding helemaal startklaar is gemaakt... Toch maar even vragen wat er aan de hand is. Haastig loopt hij naar het stationscafé. Marti, het barmeisje, ziet hem aankomen en groet hem met een hoofdknikje. "Hans, ben jij d'r wel, joh? D'r is knaap weinig vollek, vin je nie?" Leunend tegen de bar vraagt Hans wat er aan de hand is. "Ah Hans, weet je dat dan nie, joh?", is Marti's antwoord. "Heb 'ie de krante nie gelezen? Met een vette kop erboven stond daar dat d'r een staking is. Gister begonne in Amsterdam. Als protest tegen de anti-joodse maatregelen en de jodenvervolging of zo. Van de Duitse bezetter, weet je wel? 't Is daar nu zo rustig, joh, dat wil je nie weten. Ponte vare niet meer, trams rije niet, bijna geen auto's. Arbeiders en chauffeurs hebbe hun werrek neergelegd en bijna alle winkels zijn geslote. Ik denk dat ze hier ook beslote hebben eraan mee te doen, 't is zo rustig. Maar dat je d'r niks van wist, joh? Als machinist let je daar toch op?" Hans geeft geen antwoord, maar schudt zijn hoofd. Hij snapt er helemaal niks van. Dat zijn collega's dát kunnen doen; hun werk laten liggen, hun taak niet uitvoeren. Een staking, een algemene staking! O zeker, hij had ook wel gelezen en gehoord; dat de joodse winkels gesloten waren, dat ze in aparte wijken, getto's, moesten wonen en dat ze bepaalde dingen niet mochten. Maar als de Duitse overheid dat nu eenmaal had ingesteld, dan zal het toch wel goed zijn? En regels zijn regels, daar heb je je nu eenmaal aan te houden. Als er lastige mensen bij hem in de trein zitten, worden die er toch ook uitgestuurd! Ze zullen het er wel zelf naar gemaakt hebben. Nou, vandaag wordt het werk toch niks. Hij kan moeilijk alles zelf doen. En zich opwinden helpt ook niet. Zonder iets gedaan te hebben, keert Hans terug naar huis. Een paar dagen later gaat alles weer gewoon zijn gangetje. De staking is de kop ingedrukt en iedereen doet weer trouw zijn werk. Hans is erg tevreden, zie je nu wel dat hij gelijk had? Het was helemaal niet nodig om een staking te beginnen, want zo erg was het niet en wat waren ze ermee opgeschoten? Maar goed dat hij zich niet over had laten halen om daar aan mee te doen. Zijn baas zou wel trots op hem zijn. Na een dag hard werken komt Hans thuis. Zorgvuldig zet hij zijn fiets in het rekje in de schuur en loopt naar de keuken. Zijn dochtertje, Anne-Sofie, komt naar hem toe gerend en vliegt haar "papa" om zijn hals. Glimlachend kijkt zijn vrouw Femmy toe, hun baby op de arm houdend. Hans geeft haar een kus en loopt het woongedeelte in. Lui zakt hij in zijn leunstoel. Even bijkomen hoor... Een kwartiertje later, als de kinderen op bed liggen, komt zijn vrouw bij hem zitten. Even bekijkt ze haar man, dan reikt ze hem een brief aan. "Voor jou, het schijnt erg belangrijk te zijn; hij werd zelfs speciaal bezorgd". Wat verbaasd maakt Hans de enveloppe open, zijn ogen vliegen over het papier. Glimmend van trots vouwt hij even later de brief in elkaar. "Wat staat erin, Hans?", vraagt zijn vrouw. "Eindelijk, eindelijk word ik gewaardeerd', is zijn antwoord. "Gelukkig hebben de machthebbers door dat er toch nog mensen zijn die zich niet verzetten tegen hun regering. Die zich houden aan de regels. Ik heb je toch verteld van die staking laatst? Ik heb daar niet aan meegedaan en dat is waarschijnlijk bekend geworden, want ze geven mij nu een hele belangrijke taak. Ik moet morgennacht om half één, en niet eerder, op het station zijn voor een zeer speciaal transport". Aandachtig heeft Femmy geluisterd. Toch is zij niet zo enthousiast als haar man. "Zit dat wel goed, Hans? Wie laat er nu om half één 's nachts een trein rijden? Het is toch niet iets geheims, hè, iets wat anderen niet mogen weten? Staat er niet in de brief wat voor transport het is?" Hans schudt zijn hoofd. "Zou je het dan wel doen? Je weet maar nooit, je hoort van die verhalen... En ik wil niet dat je iets doet waar je later spijt van krijgt. Dat snap je toch wel?" Hans is vreselijk verontwaardigd. "Hoe kun je dat nu zeggen?", roept hij kwaad. "In plaats van dat je trots op mij bent! Maar nee hoor, jij zoekt ook overal wat achter! Je gelooft toch niet al die verhalen die je om je heen hoort? Mijn plicht roept en ik doe mijn plicht, dat weet je!" Femmy houdt haar mond maar, ze weet hoe haar Hans is, maar toch heeft ze zo haar twijfels. Nou ja, ze zal wel zien. Hans moet zijn eigen keuzen maken. Het is donker als vanaf het station een trein langzaam vertrekt. In de locomotief zit Hans de trein al denkend te besturen. Hij doet dit met grote zorg, want hij weet dat wat hij vervoert een belangrijke vracht is. Maar wat het is, dat is hem niet bekend. Toch heeft hij het gevoel dat er iets niet helemaal klopt. Er liepen veel soldaten op het perron vanmorgen vroeg. Dat was op zich niet zo vreemd, dat zag je de laatste tijd wel vaker, maar dat er voor iedere wagon twee gewapende soldaten de wacht hielden, dat was hem vreemd. Maar och, niet piekeren nu. Het zou wel iets kostbaars zijn; iets dat goed bewaakt moest worden. Hij deed zijn plicht. Voor de rest was de zaak van iemand anders. Een paar maanden zijn voorbijgegaan. Twee keer in de week moest Hans rijden voor "speciaal transport". En hoewel het bijzondere eraf is, is Hans nog steeds trots op zichzelf. Toch is het de argwaan die het mooie van zijn werk er tenslotte van afhaalt. Want nog steeds is het een raadsel voor hem, wat hij eigenlijk vervoert. En uiteindelijk wint zijn nieuwsgierigheid het van zijn plichtsbesef. De eerstvolgende keer besluit hij om eerder aanwezig te zijn op het station. Misschien vangt hij dan een glimp op van zijn "kostbare vrachtje". Als hij bijna bij het station is, hoort Hans ineens gegil uit die richting komen. Snel fietst hij op het geluid af. Hij blijft staan. Een vrouw komt struikelend naar hem toe gerend en hoewel het donker is, leest Hans de angst in haar ogen. Zou hij haar helpen? Maar als in de verte een paar soldaten komen aanrennen, pakt hij zijn fiets en duikt hij haastig weg in de schaduw van een gebouw in de buurt. Zijn ogen, die hij gericht houdt op het tafereel links van hem, worden groot van angst als de vrouw na een schot in elkaar zakt. Hans draait zijn hoofd af, hij krijgt een brok in zijn keel. Na een paar minuten komt hij langzaam in beweging. Zijn ogen zoeken de plek, waar het lichaam van de vrouw moet liggen. Het is verdwenen... Hans pakt zijn fiets en rijdt langzaam naar het station. Een waas hangt voor zijn ogen. Het perron is schaars verlicht en Hans kan nog net een groep mensen onderscheiden. Mensen die de veewagens instappen, ingeduwd of getrokken worden. Een klein meisje, ongeveer net zo oud als zijn Anne-Sofie, laat iets vallen en wil het pakken. Maar een man houdt haar tegen en tilt haar de wagon in. De deuren worden dichtgeschoven en vergrendeld. Het is voor Hans of alles in vertraging gebeurt. Alsof het een kort filmpje is dat aan zijn ogen voorbijtrekt, waarin hij zelf geen rol speelt, maar slechts toeschouwer is. Om vijf uur 's ochtends komt er een trein het station binnenrijden. De machinist stapt vermoeid uit. Langzaam loopt hij bij de trein vandaan. Opeens ziet hij iets liggen op de grond voor hem, hij herkent het voorwerp als het poppetje dat het meisje vannacht uit haar handen had laten vallen. Hans pakt het popje op en vlucht weg. Eenzaam zit er iemand in het veld. Een mens vol wroeging en verdriet. Zijn ogen staren in het niets en zijn gedachten draaien maar om één ding: schuld! Hoeveel mensen heeft hij al de dood ingejaagd? Hoevelen heeft hij vermoord door ze te vervoeren met zijn trein? Hij had het kunnen weten, hij had kunnen vragen wat voor een belangrijke vracht hij moest vervoeren, maar hij beschouwde dat als een zaak van anderen. Zelf had hij zich een bijrol in dat stuk toebedacht. Nu moet hij zichzelf wel de hoofdrol geven: de rol van een moordenaar.... Hans buigt zijn hoofd en barst in snikken uit. Ergens ver weg klinkt het voor Hans zo bekende geluid. Als in trance wordt hij erdoor aangetrokken en als het ware vooruit geduwd. In de verte verdwijnt een trein uit het zicht. Een trein die het zoveelste slachtoffer de dood in heeft gejaagd. |
Tekst van de Maond
Engelbertus |