ijsselacademie
  • Onderzoeksinstituut
  • Kenniscentrum
  • Uitgeverij

Werkgebied

Werkgebied IJsselacademie
Land van Vollenhove
Salland
Werkgebied in Overijssel

Word Donateur

Voor minimaal € 20,- per jaar krijgt u 20% korting op onze uitgaven en ontvangt u jaarlijks zes keer het tijdschrift MijnStadMijnDorp. Historisch Tijdschrift Overijssel.

Vul hier het formulier in!

Vrijwilliger worden?

Wilt u vrijwilliger worden bij de IJsselacademie? Klik hier voor meer informatie.

Contact

U kunt ons door middel van het reactieformulier een bericht sturen. Rechtstreeks mailen met Medewerkers kan natuurlijk ook.

Stichting IJsselacademie

Molenstraat 28a 8261 JW Kampen Postadres Postbus 244 8260 AE Kampen t 038 331 52 35 f 038 333 42 04 e info@ijsselacademie.nl i www.ijsselacademie.nl

Winnend verhaal 2002

Thema: Bevrijdingsdag, toen en nu
Auteur: Christine Sytsma, Kampen
Titel: Kale plekken

Kale plekken

Met het beetje kracht dat de oude vrouw in zich heeft, rukt ze aan de knop. De deur wil maar niet open. "Mevrouw Doornbos, wat bent u aan het doen?" Haastig komt de verpleegster aangelopen. Langzaam draait het vrouwtje zich om.
"Wilt u de deur even open maken? Ik moet nu meteen weg, anders is het misschien te laat, hè? Kalmerend legt de zuster een hand op haar schouder. "Rustig maar, mevrouwtje.
Komt u maar met me mee naar de recreatieruimte. Dan kunt u wat uitrusten".
Mevrouw Doornbos schudt haar hoofd en mompelt wat onverstaanbare woorden.
Tenslotte laat ze zich zakken in de rolstoel die de zuster voor haar neer heeft gezet. Ze sluit haar ogen terwijl ze voortgeduwd wordt door de gangen van het verzorgingstehuis.
Een paar minuten later wordt ze opgeschrikt door het harde geluid dat via de televisie de ruimte vult. Met tegenzin opent mevrouw Doornbos haar ogen. Haar blik wordt getrokken naar de buis waarop vrolijk lachende mensen staan te wapperen met vlaggetjes.
"Ziet u dat mevrouw? Het is vandaag 5 mei, bevrijdingsdag weet u dat nog van vroeger? U hebt dat vast ook meegemaakt." Twee vriendelijke ogen van een zuster kijken mevrouw Doornbos aan. Deze draait haar hoofd weg.
Bevrijdingsdag... Tranen vertroebelen haar zicht. De vrolijke mensen op TV veranderen in rode, witte, blauwe en oranje vlekken.
"En om dat te vieren" gaat de zuster onverstoorbaar verder, "hebben we oranje tompouces gekocht. Lekker hè? Alstublieft, mevrouw Doornbos, eet maar lekker op." Als de zuster ziet dat het schoteltje erg trilt in de handen van het vrouwtje, neemt ze het haar weer af.
"Ik zet hem hier neer hoor, mevrouw Doornbos. Ziet u wel? Dan kunt u hem weer pakken wanneer u daar zin in hebt." Het vrouwtje reageert niet. Haar ogen glijden door de zaal. Overal om haar heen zitten bejaarden snoepend van hun tompouce naar de televisie te kijken. Deze staat veel te hard.
Het geluid dreunt in haar oren en het geroezemoes om haar heen lijkt steeds dichterbij te komen. Een stemmetje in haar hoofd blijft maar fluisteren: "Ik moet weg, ik moet weg." Mevrouw Doornbos stopt haar vingers in haar oren, maar het stemmetje verdwijnt niet. "Ik zit hier opgesloten, ik moet hier weg!" In paniek staat het vrouwtje op. Met angstige ogen kijkt ze om zich heen, zonder iets te zien. Ze hoort alleen het stemmetje nog maar. Opnieuw ligt daar die hand op haar schouder, die haar dwingt te gaan zitten. "Rustig maar mevrouw, rustig maar." Iemand aait haar geruststellend. Mevrouw Doornbos schudt haar hoofd en duwt de hand weg.
Panisch grijpt ze in haar haren en voelt daarbij de kale plekken....

"Geh zu! Schnell, schnell!" Op blaffende toon werden ze voort gedreven. Nog één keer keek ze achterom, naar de plek waar haar vlecht lag. Deze was intussen alweer bedolven onder het haar van andere vrouwen.
Haar blik gleed over de massa voor haar op zoek naar bekenden, om dan te ontdekken dat iedereen op elkaar leek. Nu besefte ze ook dat zij er net zo uitzag, ze voelde zich lelijk en vernederd. Zacht liet ze haar vingertoppen gaan over haar kale hoofdhuid. Opeens voelde ze een por in haar zij. Bang voor een reprimande versnelde ze haar pas. "Hannah." Met een ruk draaide zij zich om. Het duurde even voordat er een blik van herkenning in haar ogen verscheen.
"Sophie?" De jonge vrouw knikte voorzichtig. "O, Sophie, wat ben ik blij dat ik jou zie. Ik ben zo bang... Wat zal er nu met ons gebeuren?"
Dat werd al snel duidelijk.... Het leven was een hel geworden, waaruit geen ontsnappen meer mogelijk was. De groep waarmee ze in het kamp was aangekomen, slonk. En hoewel er steeds opnieuw vrouwen werden binnen gebracht, kreeg Hannah steeds meer een gevoel van eenzaamheid. Het werk dat ze moesten doen was zwaar en het voedsel was slecht. Ze sliepen weinig, doordat ze met zovelen waren en nergens was een schoon en rustig plekje te vinden. Allerlei ziekten verspreidden zich snel.
Op een dag kreeg de koorts ook Sophie in haar greep. Hannah lag wakker en luisterde naar de vele geluiden in de barak. Haar aandacht werd getrokken door het kreunen van haar vriendin. Kalmerend aaide Hannah haar over de wang, om meteen haar hand terug te trekken van het hevig gloeiende gezicht. Nog één keer slaakte Sophie een diepe zucht. Hannah besefte dat ze de enige kameraad, die ze nog had van voor de oorlog, ook had verloren. Sophie was een van de vele slachtoffers van de tyfus geworden. Sinds die nacht wilde Hannah niets liever dan ook sterven. Maar er was een stemmetje in haar hoofd dat zei: "Ik moet hier weg! Ik zit hier opgesloten, ik moet weg, voor het te laat is..." Vanaf de eerste dag was dat stemmetje er geweest. Het had haar eraan herinnerd dat haar leven eerst anders was. Het liet haar weten dat ze hier niet wilde sterven, maar dat ze door moest vechten, tot ze bevrijd was. In het kamp was het haar wapen tegen pijn en verdriet maar, later werd het een kwelgeest; het enige dat ze van alle vreselijke oorlogsherinneringen niet had kunnen verdringen. Maar het was zo moeilijk om door te vechten. Medische experimenten vergden veel van haar energie en ze vermagerde erg. Voedsel werd steeds schaarser. Dag en nacht had Hannah dat hongergevoel.
Met een blik vol pijn in haar ogen staart mevrouw Doornbos voor zich uit. Haar hand zoekt steun aan het tafeltje naast haar. Hierbij raakt ze het schoteltje met de tompouce. Met een woedend gebaar veegt ze het weg. Op de vloer valt het in tientallen stukjes uit elkaar. Ze ervaart het als wraak op vroeger. Wraak op haar hongergevoel. Het doet haar goed. Stralend kijkt ze om zich heen terwijl ze hardop op lacht, wordt haar rolstoel van de rem gehaald. "Stil maar mevrouwtje, rustig... We brengen u even naar uw bed, dan kunt u wat kalmeren." Sterke handen pakken haar vast en stoppen haar toe. Een zuster met een spuit komt dichterbij. "Nee, nee, niet weer...", stamelt het vrouwtje...
Twee paar handen pakken haar beet en drukken haar tegen de tafel. Tevergeefs maakt ze kronkelende bewegingen om los te komen. Een traan biggelt langs haar wang terwijl de naald zich in haar arm boort. Opnieuw werd ze volgespoten met allerlei chemische middeltjes. Uitverkoren was ze om de medische wetenschap te dienen als proefkonijn. Zij evenals die andere vrouwen die nog niet helemaal kapot waren door honger en ziekte. Het was begonnen met het afnemen van bloed en urine, maar daar bleef het niet bij. Ze hadden het nodig gevonden om de uitwerking van verschillende stoffen op haar lichaam te testen. Alle trots en eigenwaarde was haar afgenomen.
Hannah was sterk vermagerd, haar eens zo jonge huid was gerimpeld en vergeeld. Haar hoofdhuid, waarop langzamerhand weer een beetje haar was begonnen te groeien, vertoonde opnieuw kale plekken. Plekken die nooit meer zouden verdwijnen en haar uiterlijk voor altijd zouden ontsieren. Steeds zieker was ze geworden, en medicijnen om haar te genezen kreeg ze niet. Op een gegeven moment was ze voor verdere experimenten niet meer geschikt, ze lag te wachten op de dood. Zo hadden ze haar gevonden....
"Je bent vrij! We zullen je weer thuis brengen", hadden de bevrijders gezegd tegen dat zielig hoopje mens dat rillend op die kale stromatras onder een 'deken' lag. "Wees maar niet bang, je bent veilig bij ons, je lijden is voorbij..."
Hannah had het niet beseft. Ze was er te slecht aan toe om zich te kunnen realiseren dat de oorlog over was. Dat ze bevrijd was.
In het begin had ze nog uitgekeken naar dit moment. Toen zat ze nog vol hoop. Maar die hoop op overleven was vervangen door het verlangen naar de dood. Alleen dat stemmetje was er nog geweest, waardoor ze ondanks alles bleef vechten.
"Zo nu zult u wel tot rust komen, hè, na zo'n vermoeiende dag". Zorgvuldig ruimt de zuster de spullen op en trekt de lakens glad. Mevrouw Doornbos draait haar hoofd naar het raam. Een vogel die hoog in de lucht zweeft, trekt haar aandacht. Het beestje doet zijn best om tegen de wind in te vliegen. Als het inziet dat dit geen zin heeft, staakt het zijn gevecht en laat zich meevoeren. Opdat moment beseft mevrouw Doornbos wat vrijheid is. Ze zit niet langer gevangen in het kamp van haar gedachten. Het stemmetje is verstomd. Een zucht van bevrijding verlaat haar lichaam.

Inhoud winkelwagentje
bekijken

Tekst van de Maond
Augustus 2010

Engelbertus

Agenda

Op de Agenda-pagina leest u belangrijke data in de nabije toekomst en de planning van de IJsselacademie op langere termijn.

Stel uw vraag

U kunt bij ons terecht met vragen over het immaterieel erfgoed in de regio. Vragen over de taal, de geschiedenis en de tradities in ons werkgebied.

Vul hier het formulier in!

Idee of Manuscript?

Hebt u een idee voor een uitgave? Bent u bezig met een interessant onderzoek dat een mooi boek zou kunnen opleveren? Zou het passen in het fonds van de IJsselacademie? Klik hier.

Zoekt u een goed doel?

De IJsselacademie is heel blij met haar 780 donateurs, die een belangrijk draagvlak vormen voor haar werk. Extra steun is echter meer dan welkom!