ijsselacademie
  • Onderzoeksinstituut
  • Kenniscentrum
  • Uitgeverij

Werkgebied

Werkgebied IJsselacademie
Land van Vollenhove
Salland
Werkgebied in Overijssel

Word Donateur

Voor minimaal € 20,- per jaar krijgt u 20% korting op onze uitgaven en ontvangt u jaarlijks zes keer het tijdschrift MijnStadMijnDorp. Historisch Tijdschrift Overijssel.

Vul hier het formulier in!

Vrijwilliger worden?

Wilt u vrijwilliger worden bij de IJsselacademie? Klik hier voor meer informatie.

Contact

U kunt ons door middel van het reactieformulier een bericht sturen. Rechtstreeks mailen met Medewerkers kan natuurlijk ook.

Stichting IJsselacademie

Molenstraat 28a 8261 JW Kampen Postadres Postbus 244 8260 AE Kampen t 038 331 52 35 f 038 333 42 04 e info@ijsselacademie.nl i www.ijsselacademie.nl

Winnend verhaal 2003

Thema: Onderduiken, besluit met gevolgen
Auteur: Femmeke van den Berg, Genemuiden
Titel: Onderduiken, besluit met gevolgen

Onderduiken, besluit met gevolgen

Het was stil in de kamer. Ik las de krant. Voor de zoveelste keer werd er aan jongemannen een oproep gedaan om zich te melden voor tewerkstelling in Duitsland. Wanneer men zich niet vrijwillig meldde, zouden er huiszoekingen gedaan worden. Ik zuchtte, nam mijn hoofd in mijn handen en dacht na. Hoe lang zou de Duitse bezetting nog duren? Wij hadden die paar jaar al zoveel meegemaakt. We woonden nog maar net op de boerderij in Twente, toen de oorlog uitbrak. We waren pas verhuisd, samen met onze zoon Matthias en ons dochtertje Jessica. Maar het had ons nog niet veel geluk gebracht. De zevenjarige Jessica was aan een longontsteking overleden en een half jaar later brak de oorlog uit. Zelfs hier op het platteland was de aanwezigheid van de Duitsers goed te merken. In verschillende boerderijen waren Duitsers ingekwartierd. Gelukkig was ons dat bespaard gebleven. Dat was maar goed ook, want op de zolder hield achter een dubbele wand Matthias zich schuil. Hij wilde en kon zich niet melden om tewerkgesteld te worden. Overal in het dorp hingen beschrijvingen van een gezocht persoon, die meegedaan zou hebben aan een overval op een distributiekantoor. Het ging om Matthias. Hij hield zich daarom al tijden verborgen, ook al had hij niet zo veel ruimte in het kleine hokje. Opeens schrok ik op. Het was bijna donker. Het werd tijd dat ik de ramen ging blinderen.

Ik was bang. Hoe lang hadden we al wel niet gelopen? Het was zo donker en ik was zo moe. Ik struikelde en kon me nog net aan mijn moeder vastgrijpen. 'Hou vol Yaël, we zijn er bijna' fluisterde mijn moeder. We waren samen op de vlucht, mijn moeder en ik. We moesten wel we waren Joden. Nadat mijn vader en mijn broers, Gideon en Jitschak, bij een razzia opgepakt waren, konden we niet langer in Amsterdam blijven. We hadden wat spullen gepakt en waren gaan lopen. Meestal 's nachts. Dan was het donker en zo werden we niet zo snel gezien. Ik weet niet meer hoe lang we gelopen hadden, toen we plotseling een man tegen kwamen. Wat waren we geschrokken! Maar dat was niet nodig geweest. Deze man had ons een onderduikadres gegeven en volgens mijn moeder waren we er bijna. Ik hoopte dat ze gelijk had. Mijn benen deden pijn en ik had honger. Maar ik was al negen jaar en mijn moeder zei dat ik groot was. Eindelijk kwamen we bij de bewuste boerderij. Er sloeg een hond aan. Ik greep mijn moeder bij de hand. Zacht klopte ze op de deur. We werden binnengelaten door een vriendelijke boerin, die ons vroeg in de keuken te wachten. Ik hoorde opgewonden stemmen in de kamer naast ons. Toen ging de deur open. Er kwam een boer binnen, die met mijn moeder begon te praten. Ik hoorde nauwelijks wat er gezegd werd maar schrok op toen ik mijn moeder hoorde snikken. Ze nam me op schoot en vertelde me wat de boer gezegd had. Er was geen plaats meer in zijn boerderij, maar hij wist wel twee andere adressen. Niemand in deze omgeving had ruimte voor twee onderduikers, dus moesten we uit elkaar. Ik keek mijn moeder niet begrijpend aan. Alleen? Dat kon toch niet? Ik slikte en er kwamen tranen in mijn ogen, maar mijn moeder drukte me tegen zich aan en zei: 'Het moet Yaël, er is geen andere mogelijkheid. Het is maar voor even, over een tijdje zien we elkaar weer terug en gaan we vader, Gideon en Jitschak zoeken. Kom op 'Yaël, je bent toch al groot? Ik knikte dapper, droogde mijn tranen en omhelsde mijn moeder. 'Kom, we gaan' zei de boer. Ik stond op, keek nog één keer om en volgde de boer naar buiten.

Ik geeuwde, het was al laat. Matthias was nog even beneden geweest. Samen hadden we naar radio oranje geluisterd. Matthias was weer naar boven getogen, samen met de radio. Het was fijn Wilhelmina's stem even te horen. Een goede koningin hadden we, dat stond vast. Ik stond op. Lies ruimde de tafel af. Ik sloot de deuren af, draaide het licht uit en liep naar boven. Maar ik was nauwelijks boven gekomen, toen ik iets hoorde. Verbeeldde ik me dat nu of werd er zacht op de deur geklopt? Ik ging de trap af, liep naar de deur en luisterde. Weer hoorde ik geklop. 'Bart goed volk, doe snel open' fluisterde een stem. Het was de stem van Gerrit, mijn buurman. Ik opende de deur en voor ik het wist stond Gerrit al binnen. Hij had iemand bij de hand, maar in het donker zag ik niet goed wie het was. Gerrit begon snel te praten. Hij legde mij de situatie uit. Er moest dringend een onderduikstertje opgenomen worden. Haar moeder zou verderop ondergebracht worden, maar voor dit meisje was nog geen adres gevonden. Of ik het wilde doen. Ik keek hem aan, stomverbaasd. Ik? Een Joods onderduikstertje? Waar moest ik haar laten? Wist hij dan niet hoe gevaarlijk dat was? Vertwijfeld keek ik Lies aan, maar zij wendde snel het hoofd af en liep naar de keuken. 'Beslis jij maar, Bart' hoorde ik haar zacht zeggen. Ik duwde de deur dicht en knipte het licht aan. Gerrit trok het meisje naar voren en ik keek naar haar. Ik zag twee donkere ogen.

Ik zag twee blauwe ogen. Ik stond in de gang van de boerderij waar we zojuist waren aangekomen en ik keek naar de boer. Hij keek mij aan, maar hij lachte niet Ik werd bang. Zou ik hier ook weggestuurd worden? Waarom was ik nergens welkom? Was moeder nu maar hier. Of vader. Of Gideon en Jitschak, die me altijd beschermden. Het was stil. Niemand zei iets. Waarom keek die boer zo? Ineens zuchtte hij diep, slikte een keer en zei: 'Ik doe het, Gerrit'. Gerrit verdween en ik was alleen, alleen bij een vreemde man en vrouw, alleen in een vreemd huis. Ik voelde me helemaal niet zo groot als moeder steeds gezegd had. Ik voelde een brok in mijn keel en mijn ogen liepen vol tranen.

Ik zag Jessica's ogen. Nee, ze waren het niet, ze leken erop. Ze was ook ongeveer even oud. Ik keek haar aan. Zij keek mij aan, bang en onzeker. Kon ik het maken haar onderdak te weigeren? Wat moest zo'n meisje alleen beginnen? Maar ook ik was bang. Bang voor wat komen zou. We waren immers al verdacht nu Matthias zich niet gemeld had en hij gezocht werd vanwege die overval. Maar ik kon haar niet wegsturen. Ze was op onze weg geplaatst. Ik had mijn besluit genomen. Ik zei het Gerrit en hij verdween. Ik zag dat het meisje huilde. Snel liep ik naar de keuken en haalde Lies. Ze troostte het meisje, praatte een poosje met haar en wees haar de schuilplaats. Ze moest maar zolang hij Matthias blijven. Hopelijk was het daar veilig genoeg.
Ik woonde hier al een paar weken. Voortaan heette ik Jessica. Ik vond het wel mooi, maar het klonk niet Joods en dat miste ik zo. Het zingen van Joodse liedjes, het vieren van de Sjabbath. Het waren alleen nog herinneringen. Ik miste mijn familie, maar ik hield vast aan mijn moeders belofte en ik had Matthias nog. Ik was erg aan hem gehecht geraakt. Plotseling werd ik gestoord in mijn gepeins. Gillende autobanden, barse stemmen, knallende bevelen. Ik werd bleek, Matthias werd bleek. We kropen dicht tegen elkaar aan. Mijn ergste droom kwam uit. Ik hoorde de gierende remmen van een overvalwagen. Daar kwamen ze. Voor Matthias of voor Yaël? Of voor beiden? Gebonk op de deur, schreeuwende stemmen. Ik liep naar de deur en opende die. Drie soldaten stormden naar binnen. 'Wo ist deiner Junge und wo sind die Jude? brulde er één in mijn gezicht. Ik hield me van de domme, deed net of ik er niets van verstond. Het was zinloos. Ze begonnen al te zoeken. De grootste schreeuwer bleef beneden en haalde alles overhoop, de tweede hield ons onder schot en de derde, een ietwat schuwe soldaat, ging naar boven. Ik hoorde hem de zoldertrap opgaan.

Ik hoorde hem de zoldertrap opgaan. Hij stampte niet. Schreeuwde niet. Verschoof voorzichtig wat meubels en onderzocht de muren. En wat ik vreesde, gebeurde. Hij verplaatste de boekenkast, die het luik afdekte dat onze ruimte van de zolder scheidde. Ik hield mijn adem in. Tot mijn schrik zag ik dat ik het luik op een kier had laten staan. Het luik werd verder geopend. Ik hoorde de soldaat zuchten. Waarom aarzelde hij? Ook Matthias zuchtte. Ik keek hem aan en zag dat hij huilde. Wat zou er gebeuren als ze hem vonden? Ze mochten hem niet vinden! Ik wist dat we hopeloos verloren waren. Ook Bart en Lies zouden opgepakt worden. Maar... als ik nu eens te voorschijn kwam? Dan zou de soldaat misschien niet verder zoeken en kon Matthias gespaard blijven. Voordat Matthias mij tegen kon houden, liep ik naar het luik en kroop erdoor. Ik stond recht tegenover een jonge soldaat. 'Hier ben ik' zei ik. Hij keek mij aan en schrok. Hij keek naar het geweer in zijn handen, naar het trapgat en naar mij. Tot mijn grote verbazing zag ik dat de tranen hem in de ogen sprongen. 'Ich kann es nicht tun, ich kann es nicht' fluisterde hij wanhopig. Toen legde hij zijn vinger op zijn lippen, duwde mij weer door het luik, schoof de boekenkast ervoor en stampte naar beneden.

Ik sloot mijn ogen en wachtte. Mijn hart bonsde in mijn keel. Het leek een eeuwigheid te duren, maar eindelijk kwam de soldaat de zoldertrap weer af. Hij stapte de kamer binnen en zei: 'Nichts gefunden.' Ik opende mijn ogen en dankte God. Ik deed mijn best niet al te opgelucht te lijken. Woedend vertrokken de soldaten. Wij liepen naar boven en zachtjes riepen we de namen van Matthias en Yaël. Ze kwamen te voorschijn, Ik hoorde het verhaal van Yaël en was gelukkig. Nu wist ik dat ik het goede besluit had genomen.

Inhoud winkelwagentje
bekijken

Tekst van de Maond
Augustus 2010

Engelbertus

Agenda

Op de Agenda-pagina leest u belangrijke data in de nabije toekomst en de planning van de IJsselacademie op langere termijn.

Stel uw vraag

U kunt bij ons terecht met vragen over het immaterieel erfgoed in de regio. Vragen over de taal, de geschiedenis en de tradities in ons werkgebied.

Vul hier het formulier in!

Idee of Manuscript?

Hebt u een idee voor een uitgave? Bent u bezig met een interessant onderzoek dat een mooi boek zou kunnen opleveren? Zou het passen in het fonds van de IJsselacademie? Klik hier.

Zoekt u een goed doel?

De IJsselacademie is heel blij met haar 780 donateurs, die een belangrijk draagvlak vormen voor haar werk. Extra steun is echter meer dan welkom!