ijsselacademie
  • Onderzoeksinstituut
  • Kenniscentrum
  • Uitgeverij

Werkgebied

Werkgebied IJsselacademie
Land van Vollenhove
Salland
Werkgebied in Overijssel

Word Donateur

Voor minimaal € 20,- per jaar krijgt u 20% korting op onze uitgaven en ontvangt u jaarlijks zes keer het tijdschrift MijnStadMijnDorp. Historisch Tijdschrift Overijssel.

Vul hier het formulier in!

Vrijwilliger worden?

Wilt u vrijwilliger worden bij de IJsselacademie? Klik hier voor meer informatie.

Contact

U kunt ons door middel van het reactieformulier een bericht sturen. Rechtstreeks mailen met Medewerkers kan natuurlijk ook.

Stichting IJsselacademie

Molenstraat 28a 8261 JW Kampen Postadres Postbus 244 8260 AE Kampen t 038 331 52 35 f 038 333 42 04 e info@ijsselacademie.nl i www.ijsselacademie.nl

Winnend verhaal 2010

3e prijs
Thema: Heb het hart eens!
Auteur: Corine van Heerde, Grafhorst
Titel: Heb het hart eens!

Heb het hart eens!

Ik staar naar buiten. Wat ik zie, is grauw en grijs. Het weerspiegelt mijn hart. Ik wil er niet aan denken, maar het lukt niet, het moet! Vanmorgen kwamen de herinneringen weer bovendrijven. Ik zat beneden, in de koffiekamer van het bejaardentehuis waar ik nu woon. We waren zo aan het praten en m’n buurman zei dat er een nieuw echtpaar kwam. Ik vroeg hun namen. Misschien kende ik ze wel. ‘Anton en Hannie van Dijk’, zei buurman. ‘Ja, vroeger, zo’n dertig jaar geleden werkte ik met die man. Hij was gesloten, maar kon wel goed werken. Ja, werken kon hij wel.’ Ik wist genoeg. En ik kende ze ook. Ik kende ze zeker wel! Anton, ja, dat was mijn beste vriend!

Mijn gedachten gaan terug naar zo’n zeventig jaar geleden. Toen we vrienden werden. Eerst mocht dat nooit van mijn ouders. Bij Anton thuis waren ze voor de NSB. Toen de Duitsers ons land bezetten, mocht dat wel. Mijn ouders zagen in dat Anton een beste jongen was. Hij was eerlijk en betrouwbaar, ik kon goed met hem opschieten. Ook kwam ik vaak bij Anton thuis. Zijn vader had altijd hele verhalen. Vooral over Joden had hij veel te vertellen, en dat was vaak niet zoveel goeds! ‘Joden’, zei hij,’zijn de slechtste mensen die er zijn. Ze hadden er eigenlijk helemaal niet moeten zijn, daarom is het onze taak om ze aan te pakken.’
Eerst was ik geschokt toen ik dat hoorde. Later niet meer. Antons vader vertelde me wat Joden allemaal wel niet doen en veroorzaken. Zoals de economische crisis, allemaal de schuld van de Joden die ons leegzuigen. Het klonk allemaal best logisch, vond ik. En ik geloofde erin. Maar ik vertelde het tegen niemand. Waarom? Ik weet het niet. Misschien omdat ik toch wel aanvoelde dat het niet helemaal klopte. Zelfs tegen Hannie vertelde ik het niet. Hannie was mijn buurmeisje. Ze was een jaar jonger dan ik, had blond krullend haar en mooie blauwe ogen. Toen ik een kleuter was, speelde ik vaak met haar en toen ik een puber was, werd ik verliefd op haar. We hadden ons vaste plekje, een paar straten buiten het dorp, bij het hek van een weiland. Ik zat op het hek, zij leunde er tegenaan. We praatten over allerlei dingen, behalve over politiek. Ik wist niet wat zij van de toenmalige situatie in ons land dacht, zij wist niks van mijn antipathie tegen Joden. Tot die ene avond waarop ze mij het geheim vertelde van haar en haar familie. Ze verborgen Joden. Een oudere vrouw van ongeveer zeventig jaar, een jonge vrouw van twintig, die de vorige dag was bevallen van een kleintje. Ach, ze vond het baby’tje toch zo lief, vertelde Hannie. Ze vond het zo jammer dat het in zo’n ellendige wereld moest geboren worden.
Ik dacht: ‘Dat is hun eigen schuld, en je hoeft helemaal geen medelijden te hebben met Joden!’ Maar ik zei het niet en nadat Hannie mij op het hart drukte om het tegen niemand te vertellen, beloofde ik het.
Ik hield mijn belofte een week. Een week waarin ik piekerde hoe dat probleem opgelost moest worden. Hannie moest niet in een huis leven met zulk ongedierte. Ja, zo slecht dacht ik toen over Joden. Het zou haar alleen maar besmetten. Die Joden moesten, hoe dan ook, weg! Na een week stapte ik naar Antons vader. Ik vertelde het hem. Hij was trots op mij dat ik het vertelde. Hij zou het direct aan zijn superieuren melden. Ik wilde niet dat hij mijn naam doorgaf, stel dat Hannie het zou weten! Hoe naďef was ik. Ik dacht dat het op die manier wel goed zou komen. Maar ik vergiste me.
De volgende dag zat mijn moeder met betraande ogen aan tafel. Vader vroeg wat er aan de hand was. ‘De buren’, snikte ze, ‘de buren. Ze hielden Joden verborgen, en die zijn vanmorgen opgepakt. Het was zo erg! Die oude vrouw kon moeilijk lopen en die werd hardhandig de overvalwagen ingeduwd. En die baby huilde zo klagelijk! Ik vergeet dit echt nooit meer!’
Vader vroeg hoe het nu met de buren ging.
Moeder antwoordde: ‘Ze zijn opgepakt. Allemaal!’
Ik had het gevoel alsof de grond onder mijn voeten wegzonk. Hannie! Ook Hannie! Nu drong het pas tot mij door hoe dom en slecht mijn verraad was geweest. Nu herinnerde ik mij wat Antons vader mij ooit had verteld. Iedereen die Joden helpt, ondergaat hetzelfde lot als zij! Dus, nu is Hannie ook weggevoerd!
‘NEE!’ schreeuwde ik en rende naar boven, naar mijn kamer. Ik plofte op mijn bed neer en verborg mijn gezicht in het kussen. Ik huilde hartverscheurend om wat ik gedaan had… en wat ik nooit meer goed kon maken!

En nu, jaren later, voel ik die pijn nog steeds. Ik was getrouwd met Anna; na veertig gelukkige jaren is ze overleden aan kanker. We hebben vijf kinderen gekregen, drie jongens en twee meisjes. En we hebben zestien kleinkinderen, waar ik erg trots op ben. Ondanks dat is het verdriet aan me blijven knagen, en ik heb er nog steeds last van, zoals nu, als het weer in hevige mate boven komt.

Drie dagen later zie ik ze zitten, aan tafel in de koffiekamer. Ze zijn ouder geworden, maar ze zijn het nog steeds. Hannies blonde haar is wit, Antons haar is donkergrijs, net zoals dat van mij. Ik hoor Antons stem, en na al die jaren klinkt die nog hetzelfde, zij het met enige trilling. Mijn medebewoners stellen zich aan hen voor. Ik doe het ook maar. Ze komen toch wel te weten wie ik ben. Ik schud Hannies hand. ‘Willem van Dijk’, zo stel ik me voor. Hannie verbleekt, ze staat moeizaam op, pakt haar rolator en loopt weg richting het toilet. Ik kijk haar verbijsterd na. Ik voel iemand aan mijn mouw trekken: het is Anton. ‘Willem?’ zegt hij schor. Ik knik alleen maar. ‘Kom maar mee, dan gaan wij daar even zitten.’ Hij wijst naar een tafeltje waar niemand in de buurt zit. Ik loop met hem mee en ga zitten. Dan neemt Anton het woord.
‘Je snapt natuurlijk wel waarom Hannie is weggelopen. Het is de oorlog en ze heeft er nog vaak genoeg last van. Ik heb het er ook wel moeilijk mee, maar minder dan zij. En nu komt het weer boven, nu ze jou heeft gezien. Jij was natuurlijk de oorzaak van de ellende. Jij hebt haar familie verraden, terwijl zij dacht dat ze jou kon vertrouwen.’
‘Maar, hoe weet je dat?’ stamel ik.
‘Luister! Toen jij tegen mijn vader vertelde dat Hannies familie Joden verborg, hoorde ik dat. Ik was het helemaal niet met mijn vaders ideeën eens en ik vond het vreselijk als Hannies familie met de onderduikers zouden worden opgepakt door de Duitsers. ’s Avonds ging vader naar het politiebureau om ze aan te geven. De volgende dag ging ik niet naar school, maar langs Hannie. Ik wilde ze waarschuwen, maar ach, ik had het beter direct ’s avonds kunnen doen. Ik was eigenlijk al te laat. Toen ik aankwam, kwam Hannie net naar buiten om naar school te gaan. Ik hield haar aan en vertelde haar dat er gevaar dreigde. Met dat ik het zei, hoorde ik het geluid van een overvalwagen. Ik trok haar mee, de steeg in. Het is haar redding geweest. We zagen hoe de onderduikers, Hannies vader, moeder, broertjes en zusjes in de overvalwagen gesleurd werden. Hannie had beter niet kunnen kijken, het staat nu nog steeds op haar netvlies gebrand. Maar ja, daar dachten we toen niet aan en je wilt dan gewoon weten wat er met je familie gebeurt. Nadat de overvalwagen was weggereden, wist ik niet wat ik met Hannie moest doen. Uiteraard kon ik niet naar mijn huis gaan, dan werd Hannie alsnog opgepakt.
Samen hebben we gebeden om hulp. Daar, achterin die steeg. Of God ons een uitweg wilde geven. We hadden net “Amen” gezegd, toen we voetstappen hoorden. We schrokken geweldig! Maar het was Stevens, de buurman die op de hoek van de straat woonde. Hij had de overval gezien, maar had Hannie niet in de overvalwagen zien gaan. Hij vermoedde dat zij aan de Duitsers was ontkomen en nog in de buurt rondzwierf. Hij beval ons de steeg door de lopen, tot zijn huis, de schuttingdeur van zijn tuin te openen en zo via de achterkant in zijn huis te komen. Niemand mocht zien dat Hannie bij hem in huis was. We volgden zijn instructies op en binnen een minuut stonden we bij Stevens in de keuken, waar zijn vrouw de huilende Hannie probeerde te troosten.
We zochten naar een oplossing. Stevens vond het beter dat Hannie onderdook, want de kans was erg groot dat de Duitsers haar zochten. Verder vond Stevens het beter dat ik ook zou onderduiken. Hij zou wel wat voor ons regelen. Zo kwamen we te weten dat Stevens in het verzet zat.
Ik sloot me ook aan bij het verzet. Ik had nu een hartgrondige afkeer van vaders praktijken. Nu was ik niet meer het NSB-jong, maar iemand die aan de goede kant stond. Ironisch, vind je niet? Vader bij de NSB en zijn zoon in het verzet. Na een maand volgde Hannie ook. Zij ging het hele land door om bonkaarten op onderduikadressen te brengen. Ik deed meer het zwaardere werk, zoals bruggen opblazen en contributiekantoren overvallen.
God heeft ons bewaard en we mochten de oorlog overleven. Voor Hannies familie gold dit niet, zij zijn AL-LE-MAAL in de concentratiekampen omgekomen. Ook de Joodse onderduikers.’

Anton is klaar met zijn verhaal. Hij snuit nog eens luidruchtig zijn neus met zijn boerenbonte zakdoek, staat op en laat mij met mijn gedachten alleen.

Diezelfde avond sta ik voor hun deur. Met trillende handen bel ik aan. Anton doet open. Hij laat mij binnen. Daar zie ik Hannie aan tafel zitten met roodbehuilde ogen. Anton kijkt mij vragend aan. Ik schraap mijn keel.
‘Hannie, Anton, willen jullie mij vergeven?’
Ik kijk ze aan. Hun ogen staan uitdrukkingloos.
‘Ik begrijp het wel als jullie mij niet willen vergeven. Ik heb het ook helemaal niet verdiend, maar…’
Mijn stem stokt.
Dan neemt Anton het woord.
‘Willem, eigenlijk is het mijn schuld. Je was mijn vriend en ik nam je mee naar mijn huis waar je volop de gelegenheid kreeg om met mijn vader te praten, zodat hij jou kon beďnvloeden. Het is ook zijn schuld. Daarom vergeef ik het je van harte.’
Gelukkig, Willem vergeeft mij! Maar Hannie? Ik durf haar niet in de ogen te kijken. Gespannen staar ik naar de roodbruine vloerbedekking. Mijn ademhaling gaat schokkerig. De seconden tikken voorbij, ze lijken wel uren te duren. Dan staat ze bevend op en begint zij met trillende stem te praten.
‘Ik heb jou jarenlang gehaat, tot vanmorgen toe. Toen ik daar in het toilet stond, drong tot mij door dat het eigenlijk niet jouw schuld was. Ik dacht aan jou, hoe jij ertoe gekomen bent om ons te verraden. En toen schoot het door mij heen, dat als ik niks verteld had, jij ons nooit had kunnen verraden. Het is echt alleen mijn schuld! Als ik nou niks gezegd had… Zelfs mijn kleinste broertjes en zusjes hebben al die tijd hun mond gehouden over de onderduikers, en ik, ik die de oudste was, verraadde alles. Toen ik dit besefte, voelde ik een enorme spijt. Maar ook begreep ik dat jij, al die jaren lang, je ook zo gevoeld hebt. Ik voelde in mijn binnenste: ik moet Willem vergeven! Hoewel het me toch nog wel moeilijk voor me is, ik moet dit doen. Daarom, Willem…’ haar stem stokt even, ‘wil ik je vergeven.’

Het is, alsof er een zware last van mijn schouders valt. Een last die er al 67 jaren op heeft gerust. En ik voel me gelukkiger dan ik ooit ben geweest. Eindelijk is de oorlog voorbij!

Terug naar het overzicht van winnende verhalen

Inhoud winkelwagentje
bekijken

Tekst van de Maond
Augustus 2010

Engelbertus

Agenda

Op de Agenda-pagina leest u belangrijke data in de nabije toekomst en de planning van de IJsselacademie op langere termijn.

Stel uw vraag

U kunt bij ons terecht met vragen over het immaterieel erfgoed in de regio. Vragen over de taal, de geschiedenis en de tradities in ons werkgebied.

Vul hier het formulier in!

Idee of Manuscript?

Hebt u een idee voor een uitgave? Bent u bezig met een interessant onderzoek dat een mooi boek zou kunnen opleveren? Zou het passen in het fonds van de IJsselacademie? Klik hier.

Zoekt u een goed doel?

De IJsselacademie is heel blij met haar 780 donateurs, die een belangrijk draagvlak vormen voor haar werk. Extra steun is echter meer dan welkom!