
Word DonateurVoor minimaal € 20,- per jaar krijgt u 20% korting op onze uitgaven en ontvangt u jaarlijks zes keer het tijdschrift MijnStadMijnDorp. Historisch Tijdschrift Overijssel. Vul hier het formulier in! Vrijwilliger worden?Wilt u vrijwilliger worden bij de IJsselacademie? Klik hier voor meer informatie. ContactU kunt ons door middel van het reactieformulier een bericht sturen. Rechtstreeks mailen met Medewerkers kan natuurlijk ook. Stichting IJsselacademieMolenstraat 28a 8261 JW Kampen Postadres Postbus 244 8260 AE Kampen t 038 331 52 35 f 038 333 42 04 e info@ijsselacademie.nl i www.ijsselacademie.nl |
AchtergrondDe taal van de streekHet werkgebied van de IJsselacademie spitst zich toe op Salland en het Land van Vollenhove (van Gramsbergen tot Schokland en van Bathmen tot Steenwijk). De streektaal die hier gesproken wordt, is niet een eenheidstaal, maar verschilt van plaats tot plaats.
Als we dus in het Nederlands open zeggen, wordt in deze plaatselijke talen, ook wel dialecten genoemd, lös gezegd. Dat is een overeenkomst. Maar dat er verschil is, blijkt ook uit bovenstaand zinnetje: het woord staat wordt in deze vier plaatselijke talen telkens anders uitgesproken. Het NedersaksischDe talen van Salland en het Land van Vollenhove behoren tot het grote Nedersaksische taalgebied, samen met het Twents, Drents, Gronings, Stellingwerfs (uit Zuidoost-Friesland), Achterhoeks en Veluws. Op het kaartje ziet u het Nedersaksische taalgebied in Nederland. En dat grote Nedersaksische taalgebied loopt ook nog een heel eind Duitsland in.
Het is natuurlijk niet zo dat in de rest van Nederland geen streektalen worden gesproken. In tegendeel: elke regio heeft zijn eigen regionale taal en lokale talen: Brabant, Limburg, Zeeland, Utrecht, en ook in Noord- en Zuid-Holland worden verschillende dialecten gesproken. Ontstaan van het NedersaksischVanuit het Westgermaans ontstonden na 500 langzaam maar zeker de verschillende oudwestgermaanse dialecten (zie het schema). Die dialecten ontwikkelden zich in de loop van de tijd allemaal tot standaardtalen, behalve het Oudsaksisch, dat nu voortleeft in de Nederduitse en Nedersaksische dialecten.
Standaardtaal naast streektalenIn de Middeleeuwen, ongeveer tot 1500, bestond het Nederlands nog niet. Er waren alleen de verschillende streektalen. Maar geleidelijkaan begon men te beseffen dat het wel handig zou zijn als iedereen gebruik zou maken van dezelfde taal, vooral voor het lezen en schrijven: de uitvinding van de boekdrukkunst betekende dat meer boeken onder meer mensen verspreid zouden worden, Nederland werd langzamerhand ook politiek meer een eenheid en voor het onderwijs moesten meer schoolboeken geschreven worden. Vooral de boekdrukkers hadden wel belang bij een eenheidstaal. Uiteindelijk kwam er een algemeen Nederlands, en werd die taal steeds belangrijker. De uitgave van de vertaling van de hele bijbel in het Nederlands die in 1637 verscheen, de zogenoemde Statenbijbel, was een belangrijke stap in het ontstaan van de eenheidstaal. Ondertussen bleven de verschillende streektalen springlevend, en pas in de 20e eeuw werden ze door allerlei oorzaken langzamerhand minder gebruikt. Toch zijn ze nog lang niet verdwenen. In 2002 is een zogenoemde taaltelling gehouden in het Nedersaksische taalgebied, waaruit bleek dat in West-Overijssel nog zo'n tweederde deel van de mensen die er wonen, de streektaal kan spreken, en dat meer dan de helft dat ook nog echt doet. De Nederlandse overheid erkent het Nedersaksisch officieel als streektaal in 1996. Sinds dat jaar valt het Nedersaksisch onder deel II van het Europees Handvest voor streektalen of talen van minderheden. Het handvest is bedoeld om regionale talen en talen van minderheden, als bedreigd onderdeel van het culturele erfgoed van Europa, te beschermen en te bevorderen. De Nedersaksische streektaalbeweging (SONT) streeft momenteel naar een verdergaande erkenning, nl. onder deel III van het Handvest. Bronnen:
Bloemhoff, H., Taaltelling Nedersaksisch. Een enquête naar het gebruik en de beheersing van het Nedersaksisch in Nederland. Groningen/Oldeberkoop 2005. |
Tekst van de Maond
Onweer |
||||||||||||||||||||||||||||||||