ijsselacademie
  • Onderzoeksinstituut
  • Kenniscentrum
  • Uitgeverij

Werkgebied

Werkgebied IJsselacademie
Land van Vollenhove
Salland
Werkgebied in Overijssel

Word Donateur

Voor minimaal € 20,- per jaar krijgt u 20% korting op onze uitgaven en ontvangt u jaarlijks zes keer het tijdschrift MijnStadMijnDorp. Historisch Tijdschrift Overijssel.

Vul hier het formulier in!

Vrijwilliger worden?

Wilt u vrijwilliger worden bij de IJsselacademie? Klik hier voor meer informatie.

Contact

U kunt ons door middel van het reactieformulier een bericht sturen. Rechtstreeks mailen met Medewerkers kan natuurlijk ook.

Stichting IJsselacademie

Molenstraat 28a 8261 JW Kampen Postadres Postbus 244 8260 AE Kampen t 038 331 52 35 f 038 333 42 04 e info@ijsselacademie.nl i www.ijsselacademie.nl

De klinkers

Eerst wordt het schriftteken genoemd, daarna wordt omschreven welke klank ermee wordt aangeduid.

  • aalange a-klank in gesloten lettergreep, als in Ned. laat, bijv. in twaalf.
  • a1) korte a als in Ned. kat, of
    2) aa-klank in open lettergreep, bijv. in dale 'omlaag', haze 'haas', ja 'ja'.
  • äälange ä-klank in gesloten lettergreep die in het Nederlands niet voorkomt en 'tussen aa en èè in ligt', bijv. in äärd 'aard' en määl 'meel'. Deze klank komt ten noorden van Zwartsluis niet voor; wèl in Vollenhove.
  • ä1) een korte klank die in het Nederlands niet voorkomt, maar 'tussen a en e in ligt' en klinkt als de a in Eng. cat. Bijv. in kämpie(n) 'kleine akker' en därtiene 'dertien'. Deze klank komt ten noorden van Zwartsluis niet voor; wèl in Vollenhove.
    2) ää-klank in open lettergreep, bijv. in väke 'vaak', wäter 'water', 'lade'.
  • e1) korte e als in Ned. pet, of
    2) ee-klank in open lettergreep, bijv. in allene 'alleen', geten 'gieten', maar niet aan het eind van een woord om verwarring met de 'stomme e' te voorkomen (dus: zee 'zee', tammee 'straks'), en om dezelfde reden ook niet voor de verkleinwoorduitgang -gie(n) (dus: sleegie(n) 'sleetje', reegie(n) 'reetje'; de spelling slegie(n), regie(n) zou te gemakkelijk leiden tot een uitspraak met de klemtoon op -gie(n)).
    3) zgn. stomme e, in bijv. mouwe 'mouw', meleur 'malheur', edrunken 'gedronken', es 'eens', em 'hem', heurt e, löp e 'hoort hij, loopt hij'. Zie ook bij i, ij.
  • i1) korte klank als in Ned. wit, of
    2) zgn. stomme e, in bijv. verig 'gereed', gloeperig 'gluiperig, stiekem', bujjig 'buiig'.
  • eelange tegenhanger van de i van Ned. wit (min of meer als in Ned. beer), in gesloten lettergreep en ook aan het eind van een woord en voor de verkleinwoorduitgang -gie(n). Voorbeelden: leeg 'laag', steen 'steen', zee 'zee', tammee 'straks', reegie(n) 'reetje'. Zie ook bij e 2).
  • èèlange e van Ned. pet (als in Ned. militair) in gesloten lettergreep, bijv. in mèènse 'mens', wèèn (ww) 'zijn'. Voor deze klank schrijft men in het noordelijke deel van de kop van Overijssel een ae (z.d.).
  • èèè-klank in open lettergreep, bijv. in lèzen 'lezen', bède 'bed', vrè 'vrede'. Dit spellingsteken wordt in het noordelijke deel van de kop van Overijssel niet gebruikt: daar schrijft men voor deze klank een ae (z.d.).
  • aedezelfde klank als de èè, die in het noordelijke deel van de kop van Overijssel correspondeert met een Nederlandse aa en vanwege de herkenbaarheid van het woord daarom zowel in open als gesloten lettergrepen met ae wordt geschreven: et waeter klaetert tegen de glaezen dat et daevert in de Stellingwarver tael.
  • ö1) een korte klank die in het Nederlands niet voorkomt, maar wel in het Duits (Köln), bijv. in dös 'dorst', möppie(n) 'koekje'.
    2) öö in open lettergreep, bijv. in göte 'goot', pröties 'praatjes'.
  • öölange ö-klank (als in het Nederlandse leenwoord freule) in gesloten lettergreep, bijv. in strööltie(n) 'straaltje', löög 'leeg', jöör 'jaar'.
  • o1) korte o als in dom, of
    2) korte o als in pot. Wilt u in de spelling het verschil in uitspraak tussen deze o's tot uitdrukking laten komen, dan schrijft u de o van dom als ó en de o van pot zonder accent, of de o van dom zonder teken en de o van pot als ò.
    3) oo-klank in open lettergreep, bijv. in oge 'oog', stro 'stro'.
  • oolange tegenhanger van de o van dom (als in Ned. boot, door) in gesloten lettergreep, bijv. in dook 'doek', rood 'rood'. Zie ook bij de ao.
  • ao1) lange tegenhanger van de o van pot (als in Ned. rose; Eng. all), zowel in gesloten als in open lettergreep, bijv. in draod 'draad', raozen 'razen', aover 'over'.
    2) de oo van Ned. door in gesloten en open lettergrepen. In een aantal streektaalvarianten klinkt de Ned. aa voor een -r als de oo van Ned. door. Toch wordt hier vanwege de herkenbaarheid van het woord geen oo geschreven maar een ao, omdat het overeenkomstige Nederlandse woord een aa heeft, bijv. in baord 'baard', gaoren 'garen', vaort 'vaart (water)'. Heeft het overeenkomstige Nederlandse woord echter een oo, dan wordt in de streektaal voor deze klank 'gewoon' een oo geschreven, bijv. in boord 'boord' en voort 'dadelijk'.
  • uu1) korte klank, als in Ned. nu, in gesloten lettergreep, bijv. in huus 'huis', of
    2) lange klank, als in Ned. vuur, in gesloten lettergreep, bijv. in bezuuk 'bezoek'.
  • u1) korte klank, als in Ned. put, of
    2) lange of korte uu-klank in open lettergreep, bijv. in suker 'suiker', mure 'muur', vrollu 'vrouwen'.
  • eulange tegenhanger van de u van Ned. put, ongeveer als in Ned. deur, maar soms ook enigszins neigend naar een tweeklank, zowel in gesloten als open lettergreep, bijv. in heufd 'hoofd', zeuken 'zoeken', meu 'vermoeid'.
  • oe1) korte klank, als in Ned. voet, zowel in gesloten als open lettergreep, bijv. in doem 'duim', noe 'nu', sloeke 'keel', of
    2) lange klank, als in Ned. voer, zowel in gesloten als open lettergreep, bijv. in voet 'voet', schoe 'schoen', droeve 'druif'.
  • ie1) korte klank, als in Ned. tien, zowel in gesloten als open lettergreep, bijv. in gries 'grijs', sliepen 'slijpen', of
    2) lange klank, als in Ned. bier, zowel in gesloten als open lettergreep, bijv. in wiek 'week, zacht', blieven 'blijven', riege 'rij'.
  • i'jtweeklank die in het Nederlands niet voorkomt: een korte i gevolgd door een j, bijv. in bi'j 'bij' (vz), bi'je 'bij' (zn), gedi'jen 'groeien', ädriederi'je 'hardrijden op de schaats', boerderi'je 'boerderij'.
  • eitweeklank, als in Ned. rein, bijv. in zeisen 'zeis', weite 'tarwe'. Zie ook bij de ij.
  • ij1) dezelfde klank als de ei. Wanneer in het Nederlands een ij wordt gesproken en geschreven, en men in de streektaal een ij zegt, schrijft men in de streektaal ook een ij. In de praktijk komt dat slechts in enkele woorden voor, bijv. in schijtleerze en saggerijnig. De Ned. ij correspondeert in de dialecten van Oost-Nederland bijna altijd met een ie-klank: Ned. schrijven t.o. Oostned. schrieven, Ned. lijken: Oostned. lieken.
    2) zgn. stomme e, als in lillijk 'lelijk', fesoenlijk 'fatsoenlijk'.
  • uitweeklank, als in Ned. huis, bijv. in fluiten, trui.
  • outweeklank, als in Ned. kou, bijv. in vrouwe 'vrouw'. Zie ook bij de au.
  • autweeklank, niet of nauwelijks te onderscheiden van de ou. Waar in het Ned. au wordt geschreven, doet men dat in de streektaal ook: blauw, flauw.

Aanvullende opmerkingen:

Een aa, ää, ee, oo, öö en uu wordt in open lettergreep, net als in het Nederlands, met een enkel teken geschreven. Daarom moet na een korte a, ä, e, o, ö en u een dubbele medeklinker worden geschreven voor een volgende klinker: latte, kammenet, denne, moffe, bukkie(n) etc.

De -en aan het woordeinde wordt omwille van het leesgemak voluit geschreven, ook al wordt deze lettergreep 'ingeslikt': blieven 'blijven' (uitspraak meestal: blie:mm, de dubbele punt geeft aan dat de ie hier lang is), egèten 'gegeten', (uitspraak: egèètn), dwärgen 'dwergen' (uitspraak: dwär-ng), däken 'daken' (uitspraak: dääkng).

Wanneer een werkwoord bestaat uit één lettergreep, terwijl het overeenkomstige Nederlandse woord er twee telt, wordt zo'n werkwoord in de streektaal toch slechts met één lettergreep geschreven. Voorbeelden: wèèn 'wezen, zijn', trèèn 'treden', braon 'braden'.
Uitzonderingen hierop vormen woorden als lieën 'lijden' en bieën 'bieden'die in sommige dialecten weliswaar éénlettergrepig zijn (uitspraak: lie:n, bie:n, met genasaleerde ie en nauwelijks hoorbare n), maar waarvan de eenlettergrepige spelling te weinig recht doet aan de uitspraak. De spelling lien en bien leidt onvermijdelijk tot een uitspraak met een korte ie.

terug naar boven

Inhoud winkelwagentje
bekijken

Tekst van de Maond
Augustus 2010

Engelbertus

Agenda

Op de Agenda-pagina leest u belangrijke data in de nabije toekomst en de planning van de IJsselacademie op langere termijn.

Stel uw vraag

U kunt bij ons terecht met vragen over het immaterieel erfgoed in de regio. Vragen over de taal, de geschiedenis en de tradities in ons werkgebied.

Vul hier het formulier in!

Idee of Manuscript?

Hebt u een idee voor een uitgave? Bent u bezig met een interessant onderzoek dat een mooi boek zou kunnen opleveren? Zou het passen in het fonds van de IJsselacademie? Klik hier.

Zoekt u een goed doel?

De IJsselacademie is heel blij met haar 780 donateurs, die een belangrijk draagvlak vormen voor haar werk. Extra steun is echter meer dan welkom!