Vanaf 29 mei is op deze site een voorproefje te lezen en te zien van een nieuwe uitgave, die de IJsselacademie op 2 november zal presenteren. Deventer stadshistoricus dr. Clemens Hogenstijn is de bezorger van een boek waarin de beroemde provinciekaart van Ten Have centraal staat.
Op 25 april 1648 bood de conrector van de Zwolse Latijnse School, Nicolaas ten Have, aan de magistraat van de stad Kampen een kaart aan van het grondgebied van de provincie Overijssel. Andere cartografen hadden al eerder Overijssel in beeld gebracht en velen zouden Ten Have later volgen.
Toch was en bleef Ten Have’s kartering van “Transisalania” een bijzondere en zelfs unieke productie. Het was geen kaart die voortkwam uit zucht naar kennis of naar gewin van een wetenschapper of een zakenman, maar het resultaat van een opdracht die Ridderschap en Steden (de regering van het gewest) aan Ten Have hadden verleend. Ongeveer 175 jaar lang zou het dé kaart van Overijssel blijven.
Ridderschap en Steden wisten in welke vorm zij zich een nieuwe kartering wensten: in die van het landtafereel of de landtafel. Dat vormde een representatieve voorstelling van een gebied met rijke detaillering en een schilderachtig karakter. Niet voor niets waren in de 16de eeuw schilders met het vervaardigen van dergelijke karteringen begonnen. In de 17de eeuw namen cartografen hun rol over. Zij voorzagen de landtafel van fraai decoratieve titels, maatstokken, legenda, detailkaarten, gedrukte toelichtingen, pittoresk weergegeven personen en verwijzingen naar de regionale folklore, klederdrachten en middelen van bestaan. In dit alles werkte de barok door.
Ten Have kweet zich uitstekend van zijn taak. Als gevolg van de opdracht van Ridderschap en Steden werd het meteen een kaart met publiek gezag. De Deventer uitgever van en handelaar in prenten, kaarten en boeken, Jan de Lat, bracht een vierde staat van de kaart in 1743 op de markt. Het was een product dat uitstekend paste in zijn fonds. Als één van de weinigen buiten Amsterdam gaf hij kaarten en atlassen uit. Daarmee plaatste De Lat zich in de grote traditie van Deventer als stad van de cultuur en het ambacht van het boek, een stad van auteurs, vormgevers, drukkers, uitgevers, boekverkopers, antiquaren, veilingen en bibliotheken.
De Lat decoreerde zijn versie van Ten Have’s grote kaart zo dat het totale beeld evenwichtig en decoratief is. De rivier de IJssel, de drie hoofdsteden Deventer, Kampen en Zwolle, gelegen binnen hun uitgebreide vestingwerken en de grote veengebieden, domineren de kaart. Overeenkomstig de opdracht van de Staten heeft de cartograaf de buiten- en binnengrenzen van het gewest scherp weergegeven. Dat schiep meteen de mogelijkheid om de volledige interne administratieve en rechterlijke indeling van Overijssel in beeld te brengen. De informatiedichtheid van de kaart is groot vanwege de vele elementen die daarop zijn afgebeeld.
Hogenstijn begint zijn uitgave met een korte verhandeling inzake Overijssel onder de Republiek. Daarna wordt iets verteld over kaarten uit het tijdvak vóór Ten Have en over het karakter van diens kartering. Aansluitend komen de vele epigonen aan de orde. Ten slotte gaat alle aandacht uit naar de grote kaart uit 1743 in heel zijn verscheidenheid en rijkdom. In de bijlagen komen de verschillende categorieën van vermeldingen op de kaarten van Ten Have systematisch ter sprake. Ook zijn alle achtereenvolgende edities opgesomd.
Deze uitgave van Ten Have’s kaart is een onmisbaar standaardwerk voor iedereen die de geschiedenis van Overijssel een warm hart toedraagt.
Het gehele Digitale Dossier.
|