Van Oerbos tot Hooiland. Hooiwinning in de IJsseldelta

‘Goed Kampereilander hooi rook als vers brood’, glimlacht voormalig hooihandelaar Jan Bruins als hij vertelt over de vroegere hooibouw op het Kampereiland. De zachte geur van het pas geoogste hooiland voert hem in gedachten terug naar vervlogen tijden. HooiDelta.nl, Rijksuniversiteit Groningen, Coster Pers en de Stichting IJsselacademie slaan de handen ineen om het verhaal van de IJsseldelta als hooischuur van Nederland vast te leggen. De resultaten zullen o.a. worden gepresenteerd in het (digitale) Nederlands Hooiberg Museum in Hasselt.

Hooi was tot in vorige eeuwen van grote betekenis. Grote delen van Nederland ontwikkelden zich tot weidegebieden en hooilanden. Niet alleen koeien eten gras en hooi, maar ook paarden. Tot de invoering van de stoommachine en de benzinemotor was paardenkracht een economische factor van belang. Hooi was lange tijd de benzine van nu.

De werkgroep HooiDelta wil de natuurhistorische ontstaansgeschiedenis en de ontwikkeling van de hooilanden en de hooicultuur van de IJsseldelta, inclusief de hooiboeren, onderzoeken, vastleggen en uitdragen. De Rijksuniversiteit Groningen zal vooral onderzoek doen naar de specifieke bodemeigenschappen en sociaal-economische omstandigheden die het succes van de IJsseldelta als weidegebied en hooiproducent verklaren. Coster Pers en de Stichting IJsselacademie richten zich op de beleving en de cultuur van de hooiwinning in de IJsseldelta in de negentiende- en twintigste eeuw. 

*Titelfoto: Hooiberg op het Kampereiland. (foto Zwier Stoel, fototheek Kampereiland)