Van Oerbos tot Hooiland. Hooiwinning in de IJsseldelta

Hooi was tot in vorige eeuwen van grote betekenis. Grote delen van Nederland ontwikkelden zich tot weidegebieden en hooilanden.

‘Goed Kampereilander hooi rook als vers brood’, glimlacht voormalig hooihandelaar Jan Bruins als hij vertelt over de vroegere hooibouw op het Kampereiland. De zachte geur van het pas geoogste hooiland voert hem in gedachten terug naar vervlogen tijden. HooiDelta.nl, Rijksuniversiteit Groningen, Coster Pers en de Stichting IJsselacademie sloegen in 2018 de handen ineen om het verhaal van de IJsseldelta als hooischuur van Nederland vast te leggen. De resultaten werden gepresenteerd in het (digitale) Nederlands Hooiberg Museum in Hasselt.

Hooi was tot in vorige eeuwen van grote betekenis. Grote delen van Nederland ontwikkelden zich tot weidegebieden en hooilanden. Niet alleen koeien eten gras en hooi, maar ook paarden. Tot de invoering van de stoommachine en de benzinemotor was paardenkracht een economische factor van belang. Hooi was lange tijd de benzine van nu.

De werkgroep HooiDelta wilde de natuurhistorische ontstaansgeschiedenis en de ontwikkeling van de hooilanden en de hooicultuur van de IJsseldelta, inclusief de hooiboeren, onderzoeken, vastleggen en uitdragen. De Rijksuniversiteit Groningen deed onderzoek naar de specifieke bodemeigenschappen en sociaal-economische omstandigheden die het succes van de IJsseldelta als weidegebied en hooiproducent verklaarden. Coster Pers en de Stichting IJsselacademie richtten zich op de beleving en de cultuur van de hooiwinning in de IJsseldelta in de negentiende- en twintigste eeuw.

De resultaten van dit project zijn verwerkt in een wetenschappelijk onderzoeksrapport en hebben een plaats gekregen in de tentoonstelling Hooi & Hooiers in de IJsseldelta, die in de periode april-oktober 2019 te bezoeken was in de De Veldschuur bij Rouveen.

Titelfoto: Hooiberg op het Kampereiland. (foto Zwier Stoel, fototheek Kampereiland)